Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
der praetorianen hief hij op, en het bevel over de troe-
pen verti-ouwde hy toe aan personen, die met het bur-
gerlyk bestuur niets te maken hadden. Van nu afston-
den voor de Germanen, die reeds de kern der legers
uitmaakten, ook de burgerlijke betrekkingen open. De
meerdere uitgaven, die dit alles veroorzaakte, werden
gedekt door nieuwe belastingen, o. a. op het grondbezit
en op het uitoefenen van allerlei bedryven en hand-
werken. Om een einde te maken aan de hevige twisten,
die de Christenen, sedert zij vrijheid vail godsdienst
hadden verkregen, onderling over leerstellingen voerden,
riep Constantijn, ofschoon zelf nog heidensch hooge-
priester, het eerste oecumenische concilie (325) te Nicaea
byeen. Hier moest bij meerderheid van stemmen worden
uitgemaakt, wat de waarheid was, óf de leer van Alexan-
der, den bisschop van Alexandrië, dat God en Christus
(jelijk zijn, óf die van Arius, presbyter aldaar, dat Chris-
tus door God geschapen, en hem slechts gelijkvormig
is. De leer van Alexander werd als die der algemeene
of staatskerk (eerlang de katholieke genoemd) erkend.
De bisschoppen, die de veroordeelde leerstukken van
Arius voorstonden, werden afgezet en met hunne aan-
hangei's vervolgd. Later veranderde Constantyn van
gedachte, en herstelde hij hen weder in hunne waardig-
heden. De kerk was zoo afhankelyk van den keizer,
dat Constantyn's zoon en opvolger, Constantius, ver-
klaarde: „Wat ik wil, moet als eene kei-kelijke \vet
gelden." Kort vóór zijn dood liet Constantijn zich als
Christen doopen, kwam de week van zeven dagen in
't Romeinsche ryk in gebruik, en werd het verboden
op Zondag te arbeiden.
De toestand des volks was in die tijden ellendig. De
middelstand was nagenoeg verdwenen, en in plaats
daarvan een nieuwe stand ontstaan, die der onvrije
boeren. Door den nood gedrongen, lieten velen hunne