Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
209
inwoners eene poging hadden gedaan om hunne onaf-
hankelijklieid te herkrijgen, dezen doodden, en de schoone
stad met den grond gelijk maken. Spoedig werdAiu-e-
lianus door de soldaten vermoord. Dit lot ondergin-
gen ook bijna al zyne opvolgers tot op Diocletiiïnus
(283—305), een Illyriër, die door zijne talenten uit de
laagste volksklasse tot keizer was opgeklommen. Daar
hy inzag, dat het regeeren van een zoo groot rijk de
krachten van één mensch te boven ging, benoemde hy
zijn landgenoot Maximianus tot Augustus nevens zich,
terwyl hij dezen den beschaafden Constantius Chlorus,
en zich zeiven den krijgshaftigen Galerius als Caesar
toevoegde. Het ryk werd in vier praefecturen verdeeld,
en ieder der vier heerschers had een praefectus praetorio
onder zich. Om den invloed van Rome te fnuiken, ves-
tigde ieder der vier heerschers zich in eene andere stad.
Er waren nu vier hofhoudingen en vier keizerlijke le-
gers, waardoor de barbaren en de lieerschzuchtigen, die
zich van den troon wilden meester maken, wel ki-acli-
tig te keer konden worden gegaan, doch tevens aan
het rijk drukkender last dan ooit werd opgelegd. Italië
verloor bij deze regeling zijne vryheid van grondbelas-
ting. Ondertusschen had zich het Christendom sterk uit-
gebreid. Te Alexandrië, waar de Joden een groot ge-
deelte der bevolking uitmaakten, waren eene bloeiende
Christelyke kerk en school ontstaan, en de nieuwe leer
had zich van daar verbreid over Egypte en Noord-
Afrika, waar keizer Augustus nabij de puinhoopen van
het oude, een nieuw Carthago had gesticht, dat reeds
in de tweede eeuw eene Christelijke school bezat. Ook
was het Christendom toen doorgedrongen in Gallië,
Spanje en Brittannië. Met de uitbreiding onderging het
echter belangrijke veranderingen. De oorsproiikelyke
gelijkheid onder de leden verdween, en er ontstond
een geestelijke stand. De bisschoppen kregen de macht
14