Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
205
Onder Trajanus had het rijk zijne grootste uitgebreid-
heid, want zyn opvolger, Hadrianus (117—138), even-
als hy een Spanjaard, liet de veroveringen in het Oosten
weder varen. Deze was een liefhebber van kunsten en
wetenschappen, doch ijdel en somtyds wreed. Hij liet om
meer eenheid in de rechtspleging te brengen, de edic-
ten der vroegere praetoren in een eeuwig edict bijeen-
verzamelen en stichtte in Rome vele gebouwen, waar-
onder den Hadrianusburg, thans Engelenburg. Na hem
werd de troon beklommen door Antonïnus (138—IGl),
die den bynaam vaii Pius (den Deugdzamen) verwierf,
en tot stelregel had, liever één bui-ger te behouden,
dan duizend vijanden te dooden. Zyn aangenomen zoon
en opvolger M. Aurelius (161—180) muntte uit als
wijsgeer, en trad, waar het noodig was, krachtig han-
delend op. Hij verdedigde dapper de oostelijke grenzen
des rijké, en versloeg in Germanië de Markomannen,
een machtig verbond van Gennaansche stammen, die
meer en meer de grenzen van het Romeinsche rijk be-
gonnen te bedreigen, op hunne bevroren rivieren. Zijn
voorganger en hij, de beide Antonijnen genoemd, be-
hooren tot de weinige vorsten, wier uitsluitend levens-
doel het geluk van het door hen beheerschte volk was.
Om dit laatste te bereiken, achtte Marcus Aurelius het
noodig, het Christendom met kracht te keer te gaan.
De dood van Marcus Aurelius is een keerpunt in de
geschiedenis van het keizerryk. Daar het toeval achter-
eenvolgens eenige edeldenkende keizers ten troon had
vei'heven, hadden de Romeinen gelukkige dagen beleefd.
Niet alleen aan 't hof, ook door velen van 't volk waren
kunsten en wetenschappen aangemoedigd en beoefend;
handel en nijverheid waren tot bloei gekomen; in de
provinciën waren wegen aangelegd en fraaie steden ge-
sticht, waardoor alom de beschaving werd verspreid.
Maar tegelijkertijd waren de rijken weelderig, de ge-