Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
200
Caracalla toen Italianen en provincialen gelijkstelde om
doorliet gansche rijk een successie-recht van 5 pet. te
kunnen heffen. Van toen af werden alle Romeinsche
steden in tegenstelling van Rome municipiën genoemd.
Terwijl vele waardigheden als eeretitels bleven be-
staan, andere, zooals die van censor, werden afgeschaft,
bracht de nieuwe orde van zaken mede, dat er nieuwe
ambten in 't leven werden geroepen. Het voornaamste
dier ambten werd dat van praefectus praetorio. Aan-
vankelijk aanvoerder van de lijfwacht des keizers
(cohors praetoria), werd hij weldra voorzitter van den
keizerlijken raad, die uit een twintigtal leden bestond
en in civiele en crimineele zaken het hoogste recht
sprak. Het ambt verloor meer en meer zijn militair
karakter, werd later bovendien verbonden met het
opperbestuur der financiën en ten slotte voornamelijk
door rechtsgeleerden Avaargenomen. Het keizerschap
bracht voor de proA^inciën eene groote verbetering aan,
daar de stadhouders, proconsuls of keizerlijke legaten
genaamd, eene vaste bezoldiging ontvingen en meestal
onder scherp toezicht stonden. Menige keizer deed
reizen door de provinciën om zich van de getrouAve
naleving zijner bevelen te overtuigen.
Augustus, gesteund door den raad van Agrippa en
Maecenas, een kenner en begunstiger der Avetenschaj^pen,
maakte een betrekkelijk gematigd gebruik van zijne
onbeperkte macht. Ue grenzen des lands liet hij door
verscheidene veldtochten verzekeren. Zijn stiefzoon
Drusus bracht de Romeinsche heerschappij tot op den
rechteroever van den Rijn, langs Avelken hij verscheidene
steden stichtte (12—9 v. C.). Toen hij gestorven Avas,
deed zijn broeder Tiberius uit Pannonië (Hongarije),
te gelijk met de Eomeinen aan den Rijn, een aanA'al
op de Germanen. Reeds Avaren de beide legers op het
punt zich met elkander te vereenigen, toen een gewei-