Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
197
men zich geene opofferingen wilde getroosten voor eene
waardigheid, die men slechts als eene ijdele vertooning
beschouwde. De verschillende stelsels der Grieksche
wijsbegeerte, die vooral door Cicero onder de Romei-
nen bekend werden, maakten, dat menigeen niet wist,
waaraan hij zich moest houden.
Daarentegen waren er behoudsmannen, die de hand-
having van den alouden eeredienst, welke zoo vereen-
zelvigd was met de huiselijke en openbare aangelegen-
heden, tot heil van het volk volstrekt noodig achtten.
De opperpriester Q. Jlucius Scaevöla (95 v. C.) onder-
scheidde drieërlei godenleer: die der dichters, die der
wijsgeeren en die van den staat. De laatste wilde hij
behouden, zelfs al was zy onjuist, en hij keurde het af,
dat het volk met de beide andere soorten bekend werd
gemaakt. Terwijl het geloof in de oude goden afnam,
werkte de neiging tot het geheimzinnige het bygeloof
krachtig in de hand. Zoowel de hoogere als de lagere
standen gevoelden zulk eene behoefte aan amuletten,
talismans en toovermiddelen, alsmede aan het raadple-
g(>n van horoscooptrekkers, sterrenwichelaars (Chaldeën)
en geestenbezweerders, dat de overheid er niet in kon
slagen dit alles te weren. De lagere standen en vooral
de vrouwen der aanzienlijken zochten naar een god, in
wien zij konden gelooven, en luisterden met opgetogen-
heid naar dezen of genen priester, die te Rome eene
Grieksche of Oostersche godheid kwam verkondigen.
De een vond bevrediging in den uit Griekenland over-
gebrachten Bacchusdienst, welks mysteriën (bacchana-
liën) tot de grofste ongebondenheid gelegenheid gaven
en het middel aan de hand deden tot vergiftiging,
testamentvervalsching, samenzwering en andere mis-
daden ; de ander sloot zich aan bij den woesten, zinnen-
bedwelmenden dienst van de Pln-ygische Cybële, of van
de Egyptische Isis, wier mysteriën om de schandelijk-