Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
190
Grermaansche volksstammen, onderwierp de bewoners
van België en het Noorden van Gallië, en deed twee
tochten naar Brittannië. Intusschen ontstond er in Gallië
'i (52 V. C.) een geweldige opstand tegen de overheer-
i ■ schers, die, ondanks den moed, waarmede de Galliërs
; onder Vercingetörix, den wakkersten hunner vorsten,
I streden, door Caesar's beleid toch meester bleven. Van
nu af werd het land, waar nog zoo goed als niets ge-
daan was voor nijverheid, kunst en wetenschap, en waar
edelen en priesters (drnklen) een grooten invloed had-
den bezeten, voor de beschaving ontsloten.
Caesar wist in zijne oorlogen alles, wat de krijgs-
kunst aan 't licht had gebracht, op vernuftige wijze aan
te wenden. In het open veld werd voor de veiligheid
der troepen gezorgd door het oprichten van versterkte
legerplaatsen (castra). Bij belegeringen werden schut-
daken gebruikt, die men tegen den vestingmuur plaatste
om de soldaten te beschutten, die hem moesten onder-
mynen; verder stoi-mrammen en beweegbare houten
belegeringstorens, waarvan de bovenverdieping van eene
valbrug voorzien, en met boogschutters bezet was.
Om te voorkomen, dat de belegerden den toren
met vuurpijlen in brand staken, werd hij met natte
huiden behangen. In navolging van de Grieken ge-
bruikten de Romeinen catapulten en blijden om zware
pijlen, groote steenen en gloeiende kogels in de vesting
te werpen.
De geldgierige Crassus was ondertusschen tegen de
Parthen opgetrokken, doch hij leed zulk eene neder-
laag, dat hij met zijne 7 legioenen, op 500 ruiters na,
omkwam.
Pompejus was in Rome gebleven, maar zijn weifelend
karakter verhinderde de volvoering van zijn wensch
om het hoofd van den staat te worden. Dan eens
steunde hij op den senaat, dan weder lag hij ermede