Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
189
liij, door zijn eigen zoon in 'tnauw gebracht, met ver-
gift een einde aan zijn leven. Pompejus, die hem het
laatst bestreden had, bracht ook in ü4 v. C. het rijk
der Seleuciden ten onder en veroverde in het volgende
jaar Jeruzalem. Van de twee Makkabeesche broeders,
die elkaar den troon van Juda betwistten, stelde hij
den oudsten, Hyrcanus II, tot hoogepriester aan, den
anderen, Aristobrdes II, voerde hij gevankelijk mede,
en de koninklijke waardigheid liet hy onvervuld.
Het Romeinsche rijk was nu wel uitgebreider gewor-
den, maar de inwendige toestand niet verbeterd. In
G3 V. C. dong Catalina naar de waardigheid van con-
sul : men koos echter M. Tullius Cicëro. Hierop maakte
hij eene samenzwering met het doel de staatsregeling
omver, en zich zeiven tot dictator op te werpen. Het
plan werd echter door Cicero verydeld, en Catilina op
de vlucht achterhaald en met een groot aantal der zijnen
gedood. (
VIII. Het eerste en het tweede Driemanschap (60-30 v. C.).
Toen Pompejus van zyn veldtocht in het Oosten te-
rug was gekomen, begon hij naar de hoogste macht te
streven. Hetzelfde doel beoogde Gr. Julius Caesar, die
in (50 V. C. eene verzoening tot stand bracht tusschen
Pompejus en den ryken Licinius Crassus, door wiens
hulp hij vroeger uit groote geldelijke verlegenheid was
gered, en zich toen bij hen aansloot. Dit eerste drie-
manschap beheerschte (zonder oflicieelen titel) den staat,
daar het door zijn invloed zijne eigene leden, of hun
genegen personen tot de gewichtigste ambten wist te
doen benoemen.
Caesar verkreeg, dat hem voor vijf jaren het bestuur
over Gallië werd toevertrouwd. Hij ontwikkelde daar
een buitengewoon krijgstalent, sloeg verscheidene malen