Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
186
straft. Voor zijne veiligheid richtte Sulla eene lijfwacht
van 10,000 slaven op, en door aan zijne getrouwe sol-
daten vele van de stukken lands, waarvan de eigenaars
het leven hadden verloren, te schenken, vormde hij zich
koloniën van veteranen (oudgedienden), op wier steun
hij steeds zou kunnen rekenen.
De senaat droeg aan Sulla eene nieuwe soort van dicta-
tuur op : de bevoegdheid wetten uit te vaardigen, over
het leven en vermogen der burgers te beschikken, en
dit zoo lang als hij het zelf in het belang van den
staat noodig zou achten. Sulla — volgens wiens eigen
woorden er in Rome twee staten waren: de nobilitas,
klein in getal, maar aanmatigend, en het volk, gevaar-
lijk tegenover den senaat, maar zonder hoofd en zonder
leidende gedachte — herstelde het aanzien der nobilitas,
stichtte afzonderlijke rechtbanken met gezworenen voor
den sluipmoord, het giftmengen, het vervalschen van
oorkonden, hoogverraad en ambtsbejag, en ging, na
twee jaren dictator te zijn geweest, als ambteloos
burger te Puteöli leven, Avaar hij in 78 v. C., ook al
ten gevolge van onmatigheid overleed.
Ondertusschen Averd er buiten Italië veel en bloedig
gestreden, Avant ondanks de Avetten, die te Rome tegen
het afpersen der provinciën door de overheden Averden
uitgevaardigd, nam de verbittering tegen de Romeinen
meer en meer toe. „Er is geene plaats," zeide de be-
roemde redenaar en Avijsgeer M. Tullius Cicero, „Avaar
de Avillekeur en de onderdrukking der Romeinen niet
zijn doorgedrongen; niet de macht, de Avapenen, den
oorlog, maar Avel de smart, de tranen en de klachten
van alle volken hebben Avij te vreezen; zij zijn zoo
groot, dat Avij ze niet kunnen A'erdragen." Ieder jaar
kreeg eene provincie in den regel een nieuAven land-
voogd, die er onbekend Avas met de eigenaardigheden
en behoeften, zelfs met de landstaal. Al Avilde hij er