Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
183
clige verhoudingen. In plaats van de legioenen, wier
aantal ondertussehen reeds was vermeerderd, gelyk
vroeger uitsluitend te vormen van de daartoe door
den census aangewezen manschappen, nam Marius er
ook proletariërs in op. Daar deze menschen in de
soldij en den oorlogsbuit een middel van bestaan von-
den, gaven zij aan het leger meer en meer den aard
van eene bende huurlingen, die zich door een gelukkig
veldheer lichtelijk lieten gebruiken om zijne macht te
buiten te gaan. Marius verdeelde ieder legioen in tien
cohorten en wapende al het voetvolk met helm, harnas,
schild, werpspies en zwaard, liij den aanval naderde
het voorste gelid den vijand met den stormpas van
zoo nabij, dat de spies met voldoende kans van treffen
geworpen kon worden. Was hierdoor eenige verwarring
bij den vijand ontstaan, dan ging men hem met het
korte zwaard te lijf.
Eindelijk werden de bondgenooten het moede, bloot
te staan aan de willekeurige handelingen der Romein-
sche overheden, en, terwijl zij meer manschappen voor
den oorlog leverden dan Rome zelf, bijna geen voor-
deel van de overwinningen te trekken. Zij eischten,
dat hun het burgerrecht zou worden verleend. Eene
trotsche afwijzing was het antwoord, dat zij kregen.
Een zevental volken zeiden nu het bondgenootschap
met Rome op, en sloten een verbond, waarbij bepaald
werd, dat Cortinïum, in het land der Marsen, de
hoofdstad zou zyn van Italië en Italica zou heeten.
Het eerste jaar (ÜO v. C.) was er met afwisselend
geluk gestreden, en het liet zich aanzien, dat verschei-
dene volken, die, bevreesd voor de macht der Romei-
nen, tot nu toe op hunne zijde waren gebleven, zich
bij de verbondenen zouden aansluiten, toen in Rome
de wet werd aangenomen, dat het burgerrecht zou
worden verleend aan de bewoners der getrouw geble-