Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Om in die geschiedenis een helder inzicht te verkrij-
gen, is het noodig vooraf op te merken, dat de mensch
die ontwikkeling niet geheel in zijne hand heeft. Veel
en krachtig toch zijn de physische invloeden, waar-
aan hij onderworpen is. Zoo zijn er menschenrassen,
die te gronde gaan, wanneer zij voortdurend in aan-
raking komen met sterkere. Sedert de ontdekking van
Amerika zijn de Caraïben zoo achteruitgegaan, dat
men ze tegenwoordig als van de Aarde verdwenen kan
beschouwen, en nog steeds krimpt het aantal oorspron-
kelijke bewoners van Noord-Amerika, evenals dat van
Australië, waar zich Europeesche kolonisten gevestigd
hebben, meer en meer in. Op Tasmania is de oor-
spronkelijke bevolking reeds uitgestorven.
Niet altijd ongestraft verandert de mensch van kli-
maat. In het Engelsche leger is het gebleken, dat de
sterfte der troepen, die naar de koloniën werden ge-
zonden, onder het stelsel van akklimatiseering grooter
was dan bij dat der verwisseling. Bizonder sterk blijkt
de nadeelige invloed, dien verandering van klimaat op
den mensch heeft, in Noord-Afrika, waar alle Europeanen
die er zich naast de oorspronkelijke bewoners vestigen,
uitsterven, met uitzondering echter van de Joden.
Maar niet alleen op de levensvatbaarheid, ook op de
denkwijze van een volk heeft het klimaat, in verband
met de natuurlijke gesteldheid van den grond, een
grooten invloed. Wanneer een volk steeds reusachtige
bergen, óf onafgebroken, eentonige vlakten, óf een
weelderigen plantengroei, óf slechts mossen en lage
struiken voor oogen heeft, onstaat uit die aanschouwin-
gen een bizondere kring van voorstellingen en een
gemoedsleven, waaruit eene plaatselijke of nationale
wijze van denken voortspruit, die standhoudt, totdat de
beschaving krachtig genoeg wordt om de vollssmeenin-
gen te zuiveren.