Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
179
ken d<an licht en lucht. Het is hoon en leugen, wanneer
de veldoversten in den slag de soldaten aanmoedigen
om voor den zetel hunner goden en de graven Imnner
vaderen te strijden, want van de groote menigte der
burgers bezit er bijna geen een vaderlijk altaar of een
grafheuvel zijner voorouders; zij strijden voor den rijkdom
en de verkwistingen van anderen, en terwyl zij beeren
der Aarde genoemd worden, hebben zij geene aard-
kluit, die zij hun eigendom kunnen noemen." Nadat
Gracchus het volk had bewogen, zijn ambtgenoot, die
het veto had uitgesproken, af te zetten, werd de akker-
wet aangenomen en eene commissie benoemd, bestaande
uit Gracchus, zijn broeder en zijn schoonvader, om
haar ten uitvoer te leggen. De optimaten liielden echter
de uitvoering tegen, door van elk stuk land, waarop
beslag werd gelegd, te beweren, dat het geen staats-,
maar bizonder eigendom was, en spanden al hunne
krachten in om te voorkomen, dat Gracchus het vol-
gende jaar (133 v. C.) weder tot volkstribuun werd
gekozen. Op den dag der verkiezing kwam de senaat
bijeen in den tempel der Trouw, nabij de plaats, waar
het volk vergaderde. Daar de ambtstijd van Tiberius
Gracchus verstreken was en daarmede de onschend-
baarheid van zijn persoon opgehouden had, beraad-
slaagde de senaat om maatregelen van geweld tegen
hem te nemen. De consul maakte echter zwarigheid
ertoe over te gaan, waarop Scipio Nasïca in woede
opstoof, en zijnen medeleden en een aantal gereedstaan-
den cliënten (zie hoofdstuk XII) toeriep, hem te vol-
gen. Nu stormde de woeste hoop naar de volksverga-
dering. De daar aanwezige menigte maakte eerbiedig
plaats voor de senatoren, die vooraankwamen, en gaf
dezen daardoor gelegenheid, den edelen Gracchus met
300 der zijnen te doen vermoorden. Tegelijkertijd
verspreidden de moordenaars het gerucht, dat Grac-