Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
Verschillende deelen des lands vereenigd hield, geheel
werd verbroken. In 't algemeen hadden de bm-gers van
het eene district geen recht in een ander eigendommen
te verwerven of een huwelijk aan te gaan. De Eomein-
sche burgers bezaten dit recht wel, en daarom viel het
hun dikwijls niet moeilijk een groot grondbezit in eene
provincie te verkrijgen. Ten tyde van keizer Nero be-
hoorde de helft der provincie Afrika aan een zestal
ßomeinsche burgers.
Aanvankelijk werd naar een land, waar oorlog ge-
voerd werd, een der consuls of een buitengewoon op-
perbevelhebber met den titel van proconsul gezonden.
Met het toenemen van het aantal provinciën waren er
voortdurend meer overheidspersonen noodig om ze als
landvoogden te besturen, en daartoe benoemde men
praetoren. Toen later de consuls en de praetoren ge-
durende hun ambtsjaar in Rome bleven, werden zij na
het einde daarvan met den titel van proconsul of pro-
praetor als landvoogden naar de provinciën gezonden.
Een landvoogd had in zijne provincie de hoogste macht
in het burgerlijk en militair beheer. Hij besliste over
het leven en den dood der inwoners, behalve als dezen
het Romeinsche burgerrecht bezaten. In den regel
duurde zijn diensttijd één jaar, maar als buitengewone
maatregel werd deze niet zelden verlengd. De land-
voogd was vergezeld van een quaestor, die met het
beheer der financiën belast was, en van eene cohors
praetoria, een aantal jongelieden van hoogen stand, die
als adjudanten en secretarissen dienst deden met het
uitzicht om fortuin te maken.
De steden in de provinciën waren: 1. vrije, die eene
eigene rechtspraak hadden, waaraan ook inwonende
Romeinsche bm-gers onderworpen waren, en in welke
de landvoogd zich niet mocht mengen; sommige vrije
steden behoefden geene belasting te betalen en waren