Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
Archimedes omkwam. Daar de Romeinen Capua en
Tarente ook lieroverden, was Hannibal's laatste hoop
gevestigd op het leger, dat zijn broeder Hasdriibal
eindelijk in 207 uit Spanje over de Alpen naar" Italië
zou voeren. Spoedig echter nadat het den Italiaanschen
bodem had betreden, werd het door de Romeinen ver-
nietigd.
Ondertusschen had de jonge, talentvolle P. Cornelius
Scipio de Carthagers weder uit Spanje verdrongen, en
zich daarna met een op Sicilië bijeengetrokken leger
naar Afrika begeven. Nu werd Hannibal teruggeroepen,
om zijne vaderstad te verdedigen. In 203 verliet hij
Italië, waar hij zich vijftien jaren had staande gehou-
den, trachtte vruchteloos met Scipio [Africanus major)
\Tede te sluiten, en werd in het volgende jaar door
dezen bij Zama volkomen geslagen. Carthago moest
zich aan de vredesvoorwaarden van Rome onderwerpen:
uitlevering van bijna alle oorlogsschepen en alle afge-
richte olifanten; betaling van ontzettende oorlogskosten;
afstand van alle bezittingen buiten Afrika; herstel van
den verdreven Numidischen vorst Massinissa, en verbod
om zonder toestemming der Romeinen oorlog te voeren.
Carthago was staatkundig vernietigd, en alle steden,
die zich bij Hannibal hadden aangesloten, moesten
daarvoor vreeselijk boeten; de Kelten in Boven-Italië
waren bestemd stelselmatig te worden uitgeroeid.
was ook het Romeinsche Italië vreeselijk verwoest en
ontvolkt, doch de Romeinen hadden hun doel bereikt:
hunne heerschappij over de hun bekende beschaafde
wereld was voor goed gevestigd.
Zonder tegenstand te mogen bieden, moesten de
Carthagers het dulden, dat Rome's beschermeling, de
roofgierige Massinissa, hun land plunderde, en er rijke
gewesten van afschetu-de. De klachten, die zij deswe-
gen te Rome aanhieven, bleven zonder gevolg. Niet