Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
aansclien bodem stonden. Bij Asculum behaalde Purrhos
eene tweede overwinning, en stak toen met zijn leger
naar Sicilië over, waar hij door de Grieken te hulp
was geroepen tegen de Carthagers. Aanvankelijk was
Purrhos daar voorspoedig, maar later keerde delirijgs-
kans, en na zich drie jaren op Sicilië te hebben opge-
houden, begaf hij zich weder naar Italië, waar hem bij
Beneventum door M'. Curius DentStus eene nederlaag
werd toegebracht, die hem noodzaakte Italië te verla-
ten. Wel liet hy eene bezetting in Tarente achter, doch
toen hij in 272 v. C. voor Argos was gesneuveld, trok
zij naar Griekenland terug, en werden de Tai-entijnen
schatplichtig aan de Romeinen, die nu weldra geheel
Beneden-ltalië in hunne macht kregen en sedert bekend
raakten met de Grieksche bescliaving. De overwonnen
volken moesten deels als bondgenooten, deels als onder-
danen de heerschappij der Romeinen erkennen. De
bondgenooten behielden hunne zelfstandigheid geheel
of beperkt. Zij behoefden geene Romeinsche wetten aan
te nemen, noch zich aan de uitspraak van Romeinsche
overheden te onderwerpen, doch waren verplicht het
Romeinsche, leger met hulptroepen te versterken. Som-
tijds werd aan een persoon, die tot eene stad der bond-
genooten behoorde, het Romeinsche burgerrecht geschon-
ken. De inwoners der vroeger genoemde koloniën en
van eenige daarmede gelijkgestelde steden, municipiën
genoemd, hadden een bestuur, dat geheel op Romein-
sche leest was geschoeid: een senaat en gewoonlijk
Ticeemannen met de uitvoerende macht belast. Zij be-
zaten in den regel het Romeinsche burgerrecht, zonder
dat het hun nochtans vergund was in de comitiën te
stemmen of staatsbeambten te bekleeden. Zij waren
echter verplicht, schatting te betalen en krijgsdienst te
verrichten. Evenals te Rome werden er in de munici-
piën volksvergaderingen en verkiezingen gehouden en