Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
moesten dan al de onaangename gevolgen ondervinden
van hetgeen zy in hunne betrekking misdaan hadden.
Met de grootste hardnekkigheid klemden de patriciërs
zich aan hunne voorrechten vast, en menigeen, die uit
gevoel van recht, of door een beter inzicht, den toe-
stand der verdrukte plebejers zocht te verbeteren, moest
zijn edel streven met den dood bekoopen. Toen de ryke
plebejische ridder Spurius Maelius zich een grooten
aanhang onder het volk verwiei'f, omdat hy het op
goedkoope wijze van graan voorzag, liet de tachtig-
jarige dictator Cincinnatus hem, onder beschuldiging
van naar de opperheerschappij te streven, door zijn
aanvoerder der ruiterij in de straten van Rome neder-
liouwen. Steeds zochten de patriciërs de eenmaal gedane
inwilligingen te niet te doen of krachteloos te maken,
en het gelukte hun dan ook, door het voorwenden van
ongunstige voorteekenen bij de offerplechtigheden, van
444—400 V. C. twintigmaal consuls te doen verkiezen,
terwyl de overige 23 jaren geen enkelen keer een
plebejer tot krygstribuun met consulaire macht werd
gekozen. In 400 v. C. had dit het eerst plaats.
De twisten over het akkerbezit bleven intusschen
voortduren, en vlamden steeds feller op bij iedere nieuwe
verovering. Tot nu toe hadden de Romeinen met hunne
voortdurende oorlogen nog maar een matig grondgebied
verworven; doch toen zij het Etrurische Veji, na een
insluiting van tien jaren, onder den dictator Camillus
hadden veroverd (396 v. C.), by welke gelegenheid het
gebruik werd ingevoerd om aan de voetknechten en aan
hen, die, zonder tot den ridderstand te behooren, als
ruiters dienst deden, soldy uit te reiken, meenden de
plebejers, dat aan hunne rechtmatige eischen om hun
een gedeelte van den veroverden grond in hum- af te
staan, gehoor kon worden verleend. De patriciërs wisten
echter opnieuw hunne voorrechten te handhaven.