Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
verdeeld. De eenvoudige wijze, waarop dit kon geschie-
den, was oorzaak, dat andere overheden naar dit voor-
Leeld ook wel eens patriciërs en plebejers tot eene comitia
tribiita bijeenriepen. De besluiten op de vergaderingen
der plebejers (concilia plebes) genomen en plebisc'da
geheeten, waren in de eerste tijden alleen voor de ple-
bejers van kracht. Meestal werden zij echter door de
patriciërs geëerbiedigd.
Do betrekking van volkstribuun was intusschen hoogst
moeilyk, omdat er geene geschreven wetten bestonden.
De patriciërs beschouwden de kennis en de uitlegging
van het gewoonterecht als een voorrecht van hun stand,
en spraken niet zelden op zeer willekeurige wijze recht.
De plebejers eischten daarom schriftelyke vaststelling
en openbaarmaking der geldige wetten. Hiertegen ver-
zett'en de patriciërs zich met al hunne macht. Van
de toenemende verdeeldheid zochten Rome's naburen,
vooral de Aequers, partij te trekken. Zij brachten de
Romeinen zoozeer in 't nauw, dat dezen Cincinnätus,
volgens de overlevering van achter den ploeg, tot dic-
tator verhieven. Toen het oorlogsgevaar geweken was,
hernieuwden de plebejers hun eisch. De patriciërs zoch-
ten hen te paaien door eerst het aantal volkstribunen
van 5 op 10 te brengen en vervolgens door niet meer
uitsluitend aan de consuls, maar aan alle hooge staats-
ambtenaren, ook aan de volkstribunen, het recht toe
te kennen, geringe boeten op te leggen. Diezelfde ma-
gistraten konden bij de comitia tributa aanklachten
doen van misdaden, waarop hoogere boeten stonden,
en bij de comitia centuriata van lijfstraffelijke zaken.
Slaar de plebejers werden er niet mede tevreden gesteld.
Eindelijk gaven de patriciërs toe. Zij zonden drie man-
nen naar Groot-Griekenland en naar Athene om na te
hoe daar wetten op schrift waren gebracht, en na hunne
terugkomst vervaardigde eene commissie, die der Tien-