Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
die der ATUchten, Flora als die van de bloemen, Fau-
nm als den god van velden en bosschen enz. In late-
ren tyd stichtten zij zelfs altaren en tempels voor de
Eensgezindheid, de Vroomheid, de Rechtvaardigheid, de
Standvastigheid enz. Van de hoofdgoden komt het eerst
in aanmerking Janus, de oude zonnegod, voorgesteld
met twee aangezichten en eindelyk in verband gebracht
met den oorlog. Voor hem werd het eerst een tempel
gebouwd, die in oorlogstyd geopend, in vredestijd ge-
sloten was. Later traden Mars, de beschermgod der
Latijnsche Raumes, en Quirïnus, die der Sabijnsche
Tities, als krijgsgoden meer op den voorgrond; maar
de hoogste vereering schonk men eindelijk aan Jupiter
of Jovis, den bliksemslingeraar, en tevens den goeden,
zegenenden, scheppenden Vader, die het onrecht met
onverbiddelijke gestrengheid strafte. De Romeinen waren
hiervan zoozeer doordrongen, dat zij zich niet licht aan
meineed zouden schuldig maken. Bizondere verecring
genoot Vesta, de godin van den huiselijken haard, in
wier tempel geen beeld stond, maar een vuvir brandde,
dat vier, later zes Vestaalsche maagden nacht en dag
moesten onderhouden.
Van de geesten, die de Romeinen vereerden en waar-
onder er waren, die niet tot rust konden komen en als
spoken rondwaarden, zijn vooral merkwaardig de Laren,
zielen van vrome afgestorvenen, die hunne woningen
bleven bewaken, onverschillig door wie ze betrokken
werden, om welke reden in ieder huis een larariiim
(Laren-kapel) gevonden werd, en de Penaten, die het
huisgezin als beschermgoden vergezelden, waarheen het
zich ook begaf.
De praktische aard der Romeinen deed hen met de
stiptste nauwkeurigheid de voorschriften van den eere-
dienst nakomen. Hierdoor konden zij zich van hunne
schuld jegens de goden volkomen kwijten. Elk huis-