Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
tot zijn dood; zij werd alleen geschorst, wanneer zijn
zoon krijgsdienst verrichtte, of een staatsambt bekleedde.
Oudere scln-ijvers verhalen van een llomein, die zijn
zoon liet doodslaan, omdat deze zich als consul slecht
had gedragen. Eigendomsrecht hadden de kinderen niet,
zoolang hun vader leefde, maar deze kon hun het vrucht-
gebruik van eenig goed geven. Toch bestond er voor den
vader een middel om zijne macht over een zoon te doen
eindigen. Hij mocht hem namelijk tot driemaal toe ver-
koopen. Deed hij dat nu bij schipiverhoop aan iemand,
die den zoon terstond weder vrijliet, in welk geval deze
weder onder de macht des vaders kwam, en had deze
handeling driemaal plaats, dan was de zoon geëmanci-
peerd. Aangenomen kinderen traden geheel in de rech-
ten en plichten van eigen kinderen.
Evenals de taal had ook de godsdienst der Ro-
meinen denzelfden oorsprong als die der Grieken. Bij
beide volken ontwikkelde de godsdienst zich echter,
overeenkomstig beider aard, in tegengestelde richtingen.
Terwijl de goden bij de Grieken spoedig als personen
vooi'gesteld, en onder den invloed van de liefde voor
beeldhouwkunst, voortdurend meer overeenkomstig het
menschelijke gedacht werden, waren de Romeinen te
zeer met diepen eerbied voor de goden vervuld, om ze
zich anders dan nevelachtig voor te stellen. Toen later
de Romeinen met de Grieken in aanraking kwamen,
smolten beider godsdiensten samen.
De Romeinen namen in hun godsdienst veel van den
Etruscischen over, maar toch was beider wezen zeer
verschillend: bij de Etruscen bange vrees, bij de Ro-
meinen een blijmoedig kinderlijk verti'ouwen.
Bij de meeste voorwerpen en handelingen dachten de
Romeinen zich een geest of eene godheid. Zoo kenden
zij aan ieder mensch een genius toe, terwijl zij zich
Ceres dachten als de godin van 't graan, Pomona als