Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
degoms geleid. Daar aangekomen, bestreek zij de deur-
posten met varkensvet als behoedmiddel tegen too-
very, waarna zij over den drempel werd getild, om op
deze wyze het gevreesde voorteeken onmogelijk te ma-
ken, dat zij er den voet tegen «tiet. Op de vraag des
bruidegoms, wie zij was, gaf zij ten antwoord: „Waar
gij meester zijt, ben ik meesteres." Hierop hadden de
huwelijksplechtigheden plaats, gevolgd door een brui-
loftsmaal. De waardigheid der familie vorderde, dat de
vrouw een huwelijksgoed medebracht, geëvenredigd aan
haar stand. De man mocht dit niet vervreemden, want
bij overlijden of bij eene scheiding, waartoe de vrouw
geene aanleiding had gegeven, kon het geheel of ge-
deeltelijk aan hare familie terugkomen. Ofschoon de
vrouw geene rechtspersoonlijldieid en dus ook geen
eigendom bezat; na het overlijden van haar echtgenoot
onder hot toezicht van haar volwassen zoon kwam, en
in de woning van haar echtgenoot slechts den rang
van oudste dochter bekleedde, maakten gewoonte en
zeden haar in den waren zin des woords tot vrouw
des huizes. Den morgen na het sluiten des huwelyks
aanvaardde zij het bestuur der huishouding met een
offer op het altaar der huisgoden. Den tijd, dien zij
niet aan de eigenlijke huishouding behoefde te wijden,
bracht zij te midden der slavinnen, welke onder haar
onmiddellijk toezicht stonden, met spinnen en weven
door.
Niet zelden huwde het meisje op haar twaalfde of
veertiende jaar. Een meisje, dat een jaar met eenen man
samenwoonde, kwam volgens de wet der verjaring in
diens bezit als wettige huisvrouw.
De vader had eene onbeperkte macht over zijne
kinderen. Hij kon hen als slaven verkoopen, zelfs doo-
den; maar in zulk een uiterste geval moest hij een
familieraad bijeenroepen. De vader behield deze macht