Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
De kleeding der Romeinen bestond evenals by de
Grieken uit twee stukken: de tunica, een hemd van
witte wol, aanvankelijk zonder mouwen, en by de sena-
toren met eene breede, bij de ridders met eene smalle
purperen streep, die van voren van den hals tot den
benedenzoon! liep, versierd, en de toga, een mantel in
den vorm van een halven cii-kel, die slechts door Ro-
meinsche burgers mocht worden gedragen. In den vorm
en de wijze van omslaan der toga bracht de mode
mettei'tijd gi-oote verandering. Een deftige burgeres
(matrone) droeg over de tunica een voor en achter lang
afhangend kleed, stola, aan den hals met eene gesp,
boven de heup met een gordel bevestigd. Aan de voe-
ten droeg de Romein sandalen, later schoenen en laar-
zen. In de stad ging hij blootshoofds; by sommige gods-
dienstige plechtigheden zette hy eene wollen muts op.
De vi'ouwen droegen sluiers. Aan den ringvinger der
rechterhand droeg de Romein een zegelring, eerst van
ijzer, later van goud.
Tot in het begin der derde eeuw lieten de Romeinen
hoofdhaar en baard groeien; toen werd het mode
het haar te laten opmaken, den baard te scheren en
de nagels te knippen.
De spyzen der Romeinen waren in de vroegste tij-
den in plaats van brood eene brij van spelt, soms van
groenten en peulvruchten. Vleesch werd weinig gebruikt,
ofschoon de Italiaansche landbouwer op zwijnenvleesch
gesteld was. Als dranken hadden zij wijn, wijn met
honig, honig met water (mede) en vruchtenwijn.
De V r O u w nam als huisvi-ouw een veel hooger stand-
punt in danby eenig ander volk der Oudheid. liet huwe-
lijk had niet zelden plaats na eene verloving, die echter
niet tot de voltrekkmg verplichtte. Was de huwelijks-
dag aangebroken, dan werd de bruid door eene schare
bloedverwanten en vrienden naar de woning des brui-