Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
oorlogen (200 v. C.) hadden de Romeinen gelijktijdige
geschiedschrijvers.
liet Romeinsche volk bestond aanvankelijk uit den
Latynschen stam (tribus) der Ramnes, waarbij zich
spoedig de Sabijnsche der Titïes voegde, terwijl er
later nog een derde, die der Lucöres bijkwam. Ieder
der drie stammen was in tien ciiriën verdeeld, die elk
een aantal geslachten (gentes) telden. Gedurende twee
en eene halve eeuw werd Rome door gekozen koningen
geregeerd. De latere schrijvers vermelden er zeven:
liomulus, den stichter van den staat (753 v. C.); Numa
Pompilius, een Sabijn, die godsdienstige instellingen
maakte; Tullus Ilostilius, een Latijn, die Alba Longa
veroverde; Ancus ilartius, een Sabijn, die de havenstad
Ostia bouwde. De drie laatste koningen waren Etrus-
cen: Tarquinius Priscus, die het kapitool (den burcht)
stichtte, Servius Tullius, die de volksvergaderingen
regelde, en Tarquinius Superbus, die om zijne heersch-
zucht werd verdreven.
De koningen kozen zich uit de hoofden der verschil-
lende geslachten een senaat of raad van oudsten, die
eerst uit 100, later uit 300 leden bestond. Daar de
senatoren patres (vaders) werden genoemd, kregen de
leden hunner geslachten den naam van patriciërs.
Behalve de raadgevende senaat bestond er nog eene
volksvergadering, die comitia curiata werd genoemd,
omdat alle Romeinen somtijds bijeen werden geroepen
om een koninklijk besluit te vernemen of over een
voorgelegd wetsontwerp met vóór of tegen te stemmen,
hetgeen dan niet hoofdelijk maar bij curiën geschiedde.
Behalve de patriciërs, die eene soort geboorteadel
vormden en het eigenlijke volk uitmaakten, bevonden
zich op 'het Romeinsche gebied cliënten (hoorigen),
waarschijnlijk de A'roegere bewoners des lands, die door
de Romeinen onderworpen en van hun grondbezit