Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
sprak, toch waagden de Atheners liet niet, te rechter
tijd met Imnne gansche macht den vijand aan te vallen,
eer deze zijne toerustingen geheel gereed gemaakt, en
hen in zijne strikken verward had. Toen het te laat
was, vereenigden zich Athene en Thebe met nog eenige
kleinere steden tegen Macedonië, doch zij werden bij
Cliaironeia (338 v. C.) door Philippos verslagen, ende
Grieksche vrijheid was vernietigd.
Op eene vergadering te Korinthe liet Philippos zich
door de Grieken tot opperbevelhebber tegen de Perzen
benoemen, doch eer hij den tocht kon aanvaarden,
werd hij vermoord (336 v. C.). Zijn twintigjarige zoon
Alexandros, die Aristotëles tot leermeester heeft gehad,
volgde hem op. Deze vorst, bijgenaamd de Groote, was
aanvankelijk minder ruw en onmatig dan zijn vader,
en vatbaar voor edele aandoeningen, wier heilzame
werking echter verstikt werd door de onbeperkte macht,
die hem ten deel Avas gevallen. Aan de gisting, die bij
zijne troonsbestijging zooAvel in het koninklijk geslacht
als bij de aan Macedonië onderworpen volken ontstond,
maakte hij met geweld een einde. Diegenen zijner bloed-
verwanten, die hij niet vertrouwde, liet hij ombrengen,
en Thebe, dat naar de Avapenen had gegrepen om zijne
vrijheid te lierAvinnen, Averd, om anderen steden ten
voorbeeld te strekken, met uitzondering A-an den burcht
Kadmeia en het huis van den lierdichter Pindaros, tot
den grond verAvoest, en zijne 30,000 burgers als slaven
verkocht.
Alexanders heerschzucht kon zich niet beperken tot
de heerschappij, die hij van zijn vader had geërfd. In
334 V. C. begon hij den door dezen beraamden tocht
naar Perzië met 34,000 man, Avaaronder 7000 Grieken
uit verschillende landstreken, met uitzondering van Sparta,
dat nog niet onder vreemd opperbevel Avilde staan. De
Perzische koning Darïus III had een veel talrijker Ie-