Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
waarop hunne ziektegeschiedenis en hun naam gegrift
waren. In Athene echter zochten velen door eene goed
geleide gymnastiek de gezondheid te bewaren en in
verband met een gepast diëet ongesteldheden te ver-
drijven. Toch waren er ook artsen, die zich somtijds
vooruit lieten betalen, omdat zij tevens de geneesmid-
delen moesten verstrekken. Gewoonlijk werd het ho-
norarium voor den geneesheer vastgesteld, feer deze den
patiënt in behandeling nam. De wijsgeerige geest van
den geneesheer Hippokrätes, die in het begin van den
Peloponnesischen oorlog, tijdens het woeden van de pest
te Athene, ligver zijne lijdende landgenooten bijstond
dan schatten te gaan verdienen aan het Perzische hof,
gaf aan de geneeskunde een wetenschappelijken grond-
slag. Het gemis aan kennis der natuur was echter
een onoverkomelijk bezwaar tot verderen vooruitgang.
Zelfs konden, nadat de Egyptenaren reeds voor meer
dan duizend jaren den dierenriem van Dendëra ten N.
van Thebe in Egypte vei-vaardigd, en de Chaldeën het
zonnejaar vinj nauwkeurig berekend hadden, de Grie-
ken niet eens tot eene geregelde tijdrekening komen.
Zij behielpen zich met een maanjaar van 354 dagen,
doch onder acht opeenvolgende jaren namen zij er drie
van 13 in plaats van 12 maanden. De nationale feesten,
die sedert 776 v. C. geregeld om de vier jaren te
Olumpia werden gehouden (Olumpiaden), zijn het eerst
door den geschiedschrijver Polubïos (geb. 205 v. C.)
als uitgangspunt voor de tijdrekenkunde gebruikt; in
het dagelijksch leven bediende men zich van deze be-
rekening niet. Zelfs over gemakkelijk uit te maken
natuurverschijnselen bleef men in het onzekere; zoo
meende men, dat op den 1600 M. hoogen berg Athos
de zon drie uren vroeger opging dan in de vlakte.
Een groote hinderpaal voor wetenschappelijke ont-
wikkeling was het gemis aan boekerijen, gepaard