Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
de rijk begaafde Aspasia te huwen, die aflcomstig was
van Milëtos, waar de vrouw minder afgezonderd in
huis leefde en meer gelegenheid vond haar verstand en
kunstgevoel te ontwikkelen.
In den bloeitijd van Griekenland ontstond langza-
merhand weelde. Aanvankelijk sloeg men weinig
acht op eigen gemak en welbehagelijkheid; doch op
hetgeen den staat aanging, werd algemeen prijs gesteld.
Naast de prachtige openbare gebouwen te Athene,
dienden eenvoudige huizen tot woningen voor de aan-
zienlijkste mannen, en terwijl dezen op eigen kosten
volksfeesten gaven en oorlogsschepen uitrustten, was
hun huiselijk leven eenvoudig. Toen echter het streven
naar opperheerschajjpij was ontwaakt, maakte die een-
voudigheid plaats voor weelderigheid in woning, huis-
raad en levenswijze: niet het minst bij de Spartanen.
Ten tijde van Perikles ontvingen verscheidene invloed-
rijke niaimen te Sparta heimelijk geld van de Atheners
en kwam het verbod, goud en zilver te bezitten, in
onbruik. Niet lang daarna werd eene wet aangenomen,
waarbij het vergund werd door schenking tijdens het
leven of bij testament over zijne goederen te beschik-
ken. Zeer spoedig geraakten daardoor de Spartanen
verdeeld in rijken en armen. De matigheidsvoorschriften
werden zoozeer verwaarloosd, dat Koning Kleomënes II
(f 309 V. C.), ten gevolge van het drinken van onver-
mengden wijn, aan dronkenmanswaanzin overleed.
Daar de Grieken een open oog hadden voor nieuwig-
heden, namen, naarmate het geloof aan de oude goden
verzwakte, de uit het Oosten afkomstige mysteriën,
waarvan Eleusis in Attika de voornaamste zetel was,
in aanzien toe. Men vereerde daarbij Demeter, Perse-
phöne en vooral Dionusos, het zinnebeeld van den over-
vloed der natuur, die zich in den wijn openbaart; hij
werd voorgesteld als 's winters in de onderwereld af te