Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
king, een of meer zyner slaven vrij. Het lot der slaven
liing veel af van het werk, dat zij konden verx'ichten.
Hoewel zy somtijds geslagen werden (hetgeen de wet
echter verbood), verplicht waren het haar kort te dra-
gen (wat bij de minder gegoede burgers eene gewoonte
was), en niet zelden een naam kregen, die hunne af-
komst aanduidde, werden de slaven in Athene over
't algemeen zacht behandeld. Zij waren er bekend om
lumne snapachtigheid, konden er niet zonder rechterlijk
vonnis ter dood veroordeeld worden en mochten in den
tempel van Theseus eene schuilplaats zoeken en daar
hun meester aanklagen, die genoodzaakt was hen te
verkoopen, indien de aanklacht waar werd bevonden.
Hoe weinig zij echter in 't algemeen tevreden waren
met hun toestand, blijkt uit de woorden van Aristoteles:
„De slaven liggen als het ware altijd in hinderlaag om
op de ongelukken hunner meesters te loeren en daar
partij van te treldten."
Het groot aantal Heloten, ruim de helft der bewoners
van den Spartaanschen staat, gaf somtijds reden tot
bezorgdheid. Jaarlyks werd een aantal Spartaansche
jongelingen naar de verschillende oorden des lands ge-
zonden om de Heloten te bespieden (krupteia), en zoo
zij ergens vermoeden van pogingen tot opstand kregen,
er kennis van te geven aan de ephoren. Somtijds werd
door dezen aan een jongeling opgedragen, een gevaar-
lijk geacht Heloot door sluipmoord uit den weg te
ruimen. Toen gedurende den Peloponnesischen oorlog
de Spartanen zeer bevreesd waren voor een opstand
der Heloten, lieten zij bekend maken, dat zij aan alle
Heloten, die zich aanmeldden om met buitengewonen
moed den vijand te bestrijden, de vrijheid wilden schen-
ken. De Spartanen, meenende dat het meerendeel der-
genen, die zich aanboden, zooveel prijs op hunne vrij-
heid stelden, dat zij ook wel hunne meesters zouden