Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
Athene wilden opdringen. De Atlieensche burgers stre-
den echter met zulk een moed en zulk eene volharding
voor hunne staatkundige vryheid, dat de Spartanen en
hunne bondgenooten onverrichter zake huiswaarts
moesten keeren.
V. De Perzische oorlogen.
Reeds in de zevende eeuw v. C. waren de Griek-
sche volkplantingen aan de kusten van Klein-Azië onder
de heerschappij der Lydiërs gekomen. Met dezen wer-
den zij door Cyrus onderworpen^ en toen zy onder de
regeering van Darlus I eene vruchtelooze poging deden
om het juk af te werpen (499—494 v. C.), werden zy
ondersteund door de Atheners en Eretriërs. De Spar-
tanen, die slechts aan de uitbreiding hunner eigene
heerschappij dachten, en dientengevolge juist in een
strijd met Argos waren gewikkMd, hadden aan hunne
overzeesche stamgenooten alle hulp geweigerd. Het jaar
na de onderwerping van Klein-Azië, zond Darius I een
leger en eene vloot onder zijn schoonzoon Mardönius
naar Griekenland, om wraak te nemen wegens het
ondersteunen der opstandelingen. Na het onderwerpen
van de Grieksche steden op de Thracische Chersonnesos
leed de vloot door storm, en het leger door de aanvallen
van woeste volken in Thracië en Macedonië zulke ver-
liezen, dat Mardönius terug moest trekken.
De nieuwe veroveringen bij het Perzische rijk inge-
lijfd hebbende, zond Darius I in 490 v. C. een nieuw
leger met eene sterke vloot onder aanvoering van Datis
en Artaphërnes naar Griekenland. Bij dit leger bevond
zich ook de verdreven tiran Hippias, die zijne heer-
schappy terug hoopte te erlangen. De meeste Kukladen
(Cycladen) en groote streken van het vasteland, zich
tegen zulk eene overmacht niet bestand rekenende.