Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
aantal metoiken het burgerrecht. Ook stelde hij het
schervengerecht (ostrakismos) in, waardoor invloedrijke
personen, die voor de staatsregeling of de inwendige
rust gevaarlijk konden worden, door eene volksstem-
ming voor eenigen tijd uit het land werden verbannen.
Eens in 't jaar werd aan de volksvergadering de vraag
voorgelegd, of er een schervengerecht zou worden ge-
houden. Gaf de meerderheid een toestemmend antwoord,
dan werd er een dag bepaald voor de stemming. Deze
had nu aldus plaats, dat ieder burger den naam van
dengene, dien hij verbannen wenschte te zien, op eene
scherf schreef. De burger, dien het banvonnis trof,
moest binnen tien dagen Attika verlaten, en mocht er
binnen tien jaren niet terugkeeren: hy bleef echter in
het bezit zyner eer en zyner goederen. Het ostrakismos
gaf dus aan het volk de buitensporige macht, iemand,
wiens bedoelingen het doorzag en vreesde, onschadelyk
te maken, eer hij de betten had geschonden; doch hier
staat tegenover, dat een gelukte staatsgreep aan't volk
de macht ontneemt, dengene, die er zich aan schuldig
heeft gemaakt, te verwyderen. Gedurende den tijd, dat
het schervengerecht werd uitgeoefend (lot 417 v. C.),
paste men het gewoonlijk toe om aan eene van twee
staatkundige partijen het overwicht te verschaffen, door
de andere van haar leider te berooven.
Onder deze staatsregeling werd Athene zoo sterk,
dat het weerstand kon bieden aan de Spartanen, die
te dien tijde de helft van de Peloponnesos irf bezit, en
de hegemonie (opperbevel) hadden over de andere helft,
en over verscheidene staten van het vasteland en eenige
eilanden. Zij zagen wel in, zegt de geschiedschryver
Herodötus (450 v. C.), dat het Atheensche volk hen in
macht zou gaan evenaren, indien het vrij bleef, terwyl
het zwak en volgzaam zou zyn onder een tiran, dien
zij om die reden door de kracht der wapenen aan