Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
doch te vergeefs. De adel was krachteloos, de burgers
waren onverschillig, en daarbij nam de alleenheerscher
den schijn aan, dat zijn doel was, de belangen der
menigte tegen den adel te beschermen. Ofschoon hij
tweemaal door de aristocraten werd verdreven, wist hij
zich den derden keer voor goed in de heerschappij te
vestigen. Hij regeerde met gematigdheid, hield de wet-
geving van Solon in wezen, en wist zich by zijn dood
(527 V. C.) door zijn zoon Hippias te doen opvolgen.
Na herhaalde vruchtelooze pogingen tot opstand, bij
ééne waarvan Hippärchos, de invloedrijke bi-oeder des
tirans, werd gedood, gelukte het in 510 v. C. Hippias
te verdry ven, die naar Darius I, den koning van Perzië,
vluchtte.
De adel, die, door het omkoopen van het orakel van
Delphoi, met behulp der Spartanen dezen uitslag had
verkregen, streefde er nu naar, zijne macht weder uit
te breiden, maar velen zijner leden erkenden de nood-
zakelykheid om aan de burgers, die intusschen talryker en
welvarender waren geworden, nog meer rechten toe te
staan. Aan het hoofd dezer betergezinden stond Kleis-
thënes, door wiens toedoen eene groote hervorming in
de wetgeving van Solon werd gebracht.
Het gansche volk werd geographisch verdeeld in tien
stammen (phulai), zooveel mogelijk van gelyke grootte.
Iedere stam koos jaarlyks uit zijn midden, zonder te
letten op afkomst of vei-mogen, vyftig leden voor den
raad, die voortaan het middelpunt van het bestuur werd.
Iedere der tien afdeelingen van den raad bekleedde een
tiende deel des jaars het voorzitterschap, gedurende
welken tijd hare leden in het pmtaneion (raadhuis)
bijeenbleven en op staatskosten onderhouden werden.
Bij elke verwisseling van het voorzitterschap werd er
gewoonlyk eene volksvergadering gehouden. Om de
democratie te versterken schonk Kleisthenes aan een