Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
drie rykste, wier leden tevens tot geregelden krijgs-
dienst verplicht waren: die der derde als zwaargewapenden
Qiopliten), die der tweede als ruiters; de leden der eerste
klasse waren veeltijds belast met de uitrusting der door
den staat geleverde oorlogsschepen. De leden der vierde
klassen moesten de vloot bemannen en in tijd van nood
als lichtgewapenden dienst doen. Zij ontvingen soldij
van den staat; de ruiters en zwaargewapenden alsmede
de staatsambtenaren waren onbezoldigd.
Eer eene zaak aan de volksvergadering kon worden
voorgelegd, moest zij overwogen worde door een raad
van 400 voor één jaar gekozen prutanen, die ook toe-
zicht uitoefenden op de ambtenaren en behalve op
feestdagen iederen dag zitting hielden om voor de be-
langen van den staat te waken.
Voor de rechtspleging bestond het bloedgericht der
51 epheten. Voor burgelijke zaken werd eene jury van
6,000 personen boven de dertig jaar gekozen, waartoe
ook leden der vierde klasse benoembaar waren. Zij
waren verdeeld in tien afdeelingen van 500 leden;
iedere afdeeling met 100 plaatsvervangers. Het hoogste
gerechtshof was de areiopUgos, aldus geheeten, omdat
liet op den heuvel van Ai-es vergaderde. Alleen afge-
ti'eden archonten, die onberispelijk van gedrag waren,
konden er zitting in nemen. De leden waren slechts
verantwoordelijk aan de goden en aan hun geweten
en konden op eigen gezag een onderzoek instellen,
zonder eene aanklacht af te wachten. De areiopagos
hield toezicht op de zeden der burgers, den staatsgods-
dienst, de handhaving der wetten, en had het recht die
besluiten der volksvergadering te vernietigen, welke hij
schadelijk achtte voor den staat.
Om de voor iederen staat zoo noodlottige onver-
schilligheid der burgers in zaken van algemeen belang
tegen te gaan, bepaalde Solon, dat ieder, die bij staat-