Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
Bij die Arische goden namen de Grieken van tijd
tot tyd andere over, vooral van de Pheniciërs, met wie
zij veel in aanraking kwamen, of wel, zy vereenzelf-
digden een hunner goden met een vreemden god, die
er veel overeenkomst mede had.
Langzamerhand veranderden de halfbewuste natuur-
krachten, die zy vereerden, in wezens met menschelyk
verstand, menschelijke hartstochten en eene menschelyke
gedaante, voortdurend meer gekenmerkt door het edelste,
dat in den mensch wordt gewaardeerd, en in verloop
van tijd steeds meer geacht om hunne zedelyke waarde
en hunne grootheid.
In de gedichten van Homeros (905 v. C.) worden de
goden geschetst als zedelyk vrye wezens, evenals de
menschen aan smart en pijn onderhevig en genoodzaakt
hun leven door hemelspys (ambrosia en nektar) te
onderhouden, waardoor hun tevens de onsterfelykheid
was verzekerd. Het bloed der goden was eene eigenaar-
dige, kristalheldere vloeistof; hun lichaam meer etherisch
dan dat der menschen. Hoog boven de andere goden
verheven is Zeus (Jupïter), de vader van goden en
menschen, maar zelf is hij onderworpen aan de moira
(het noodlot, fatum), die hij niet altyd kent en dan
door zijne weegschaal moet raadplegen. De overige
goden zijn als 'tware slechts zijne vertegenwoordigers
op een bepaald gebied. De godenwereld is ingericht
naar het voorbeeld eener toenmalige monarchie op aarde.
Zeus is de opperheer, niet door geboorterecht, maar door
zyne meerdere kracht en wijsheid. Somtijds houdt hij
raad met de hooge goden van den Olumpos, en eene
enkele maal wordt als 't ware eene volksvergadering
gehouden door de byeenroeping van alle goddelijke
wezens (naiaden, nereïden, enz.). Zeus verkeert gewoon-
lijk niet rechtstreeks met de menschen gelijk de andere
goden, maar gebruikt daartoe zijn bode Hermes (Mer-