Boekgegevens
Titel: Eenvoudig verhaal van de bekeering en het zalig afsterven van Lena Paulina Lampers, overleden 8 julij 1880 ...
Auteur: Kleinendorst, K.
Uitgave: 's Gravenhage: J. van Golverdinge & Zoon, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5451
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201022
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: protestantisme
Trefwoord: Bekering
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eenvoudig verhaal van de bekeering en het zalig afsterven van Lena Paulina Lampers, overleden 8 julij 1880 ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
met vele benaauwdheden in hare borst te worstelen
had. Haar moeder, bemerkende dat het einde van
haar kind naderde, kon haar droefheidsgevoel voor
haar kind niet meer verbergen, zeggende: Ach,
mijn kind! nu zal ik u toch moeten missen, waarop
zij met eene benaauwde ademhaling zeide: Och. . . .
moe.... bid dan den Heere dat Hij u losmake.
De laatste acht dagen sprak zij zeer weinig. Zij
had gestadig korte en zware ademhaling; maar lag
veel met gesloten oogen en gevouwen handen in eene
biddende gestalte, waarvan de bewegingharerlippen
soms een teeken was. Met het beluisteren hoorde
de moeder eens, dat zij den naam van Jezus noemde,
waarop de moeder een oogenblik later tegen haar
zeide: „Ik geloof, kind, dat gij straks hebt gebeden "
O, moeder! riep zij met een gebroken stem, en dat
voor zulk een onwaardige. Den laatsten dag van
haar leven was zij des middags zeer verblijd, zoodat
er een glans van vergenoegdheid op haar aangezicht
te zien was, dat zij ook openbaarde met eene kwalijk
verstaanbare stem, roepende: „zingen! zingen!"
Haar vader hierop vragende: Leentje, moeten we
zingen ? Zingen! was haar antwoord , zonder echter
te zeggen wat er gezongen moest worden. Hierop
werd haar geliefkoosd versje gezongen uit Ps. 118 : 10.
Bij den derden regel „om hunnen God ootmoedig te
eeren" paarde zij waarlijk hare zwakke stem er ook