Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
06
vii. vrije vaart en handel op suriname. afschaffing
der slavernij.
23. De gouverneur Van Raders (1845—1852) slaagde er
nochtans in, door van tijd tot tijd in 't openbaar de spade
te hanteeren, vrije arbeiders aan het graven van een kanaal
te krijgen. Ook begon onder zijn bestuur de welvaart ee-
nigszins te herleven, sedert in 1848 vaart en handel op
Suriname voor alle volken werd opengesteld, want daardoor
stegen de prijzen der koloniale voortbrengselen.
Ondanks de tegenkantingen der slavenhouders werd in
1851 eindelijk een reglement vastgesteld op den arbeid, de
huisvesting, de voeding en de tuchtiging der slaven. Dit
was een voorbode, van de aanstaande afschaffing der sla-
vernij , zoozeer door het Nederlandsche volk gewenscht. Ver-
standige lieden zagen daarom naar middelen uit, om de
werkkrachten voor den landbouw door andere middelen te
vermeerderen. In 1858 werden 500 vi ije Chineesche arbei-
ders ingevoerd, die niet weinig bijdroegen om den afkeer
der vrijen van veldarbeid te verminderen.
24. Eindelijk werd eene wet op de afschaffing der sla-
vernij door de Staten-Generaal aangenomen en in 1863 in
werking gebracht. Men stelde zich ten doel de slaven, des-
noods onder staatstoezicht, tot vrije arbeiders te vormen.
Binnen tien jaren moesten echter allen hunne vrijheid ver-
kregen hebben. . Den slavenhouders werd eene geldelijke
tegemoetkoming verzekerd, en van de 10 millioen gulden,
die daartoe werden verstrekt, moest aan de eigenaars bui-
ten de kolonie V'/a, en aan die in Suriname millioen
worden uitbetaald. Bovendien lag de Nederlandsche re^ee-
ring onder de verplichting, den aanvoer van vrije arbeiders
te bevorderen, en werd daartoe nog een millioen beschik-
baar gesteld. Die aanvoer bleef intusschen gering, en ver-
minderde nog, toen de Engelschen den uitvoer van vrije
arbeiders uit Hongkong verboden. In 1872 kwam echter