Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
overdroegen, verkeerde eerlang in droefheid door zware
rampen. Tijdens het bestuur van den gouverneur Vaillant
(1816—1821) brak er eene hevige pokkenepidemie uit. Wel
was reeds in 1813 de vaccine in Suriname ingevoerd, doch
men had haar weldra zoo verwaarloosd, dat in 1819 aan die
ziekte 15,000 slaven stierven, waardoor een verlies van ne-
gen millioen gulden geleden, en menigeen tot den bedelstaf
gebracht werd. Bovendien heerschte er zulk eene schaarschte
aan de eerste levensbehoeften, inzonderheid aan bananen,
dat de minder gegoeden zich nauwelijks tegen den honger-
dood konden vrijwaren.
üe koffie-cultuur ging meer en meer achteruit; doch waar
men de oude waterwerken door stoomwerktuigen verving,
kwamen de suikerplantages tot nieuwen bloei.
22. In plaats van hulp te zoeken in eigen kracht, maak-
ten de kolonisten en de belanghebbenden in Nederland den
kwijnenden toestand der W. I. bezittingen herhaaldelijk
kenbaar aan koning Willem I. Dientengevolge zond deze
in 1828 Van den Bosch als commissaris-generaal om de noo-
dige verbeteringen aan te brengen. Maar ofschoon een nieuw
regeeringsreglement werd ingevoerd, waarbij de uitvoerende
macht van de rechterlijke werd gescheiden, en aan alle
vrijen, van welke kerk en kleur ook, gelijke rechten werden
toegekend; ofschoon Guragao tot eene vrijhaven werd ver-
klaard: de koloniën bleven kwijnen.
Reeds na vier jaren, onder den gouverneur Van Heecke-
ren (1832—1838), werd alweder een nieuw regeeringsregle-
ment ingevoerd, ten gevolge waarvan wetgevende, uitvoerende
en rechterlijke macht samensmolten. Tegelijkertijd beproefde
men den landbouw door vrije lieden uit de kolonie te doen
beoefenen, doch dit mislukte evenzeer als de poging om er
Europeesche huisgezinnen voor te laten overkomen, door de
kracht van het oude Surinaamsche vooroordeel, dat het be-
neden vrije lieden is, spade en houweel te hanteeren.
KOLLEWIJN NZ., Oost-Indïé. 3e druk. 5