Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
17. De gouverneur Texier (1779—1783) deed zijn best
de misiiandelingen, waaraan de slaven blootstonden, tegen
te gaan. Hij verbood de slavenkinderen van hunne moeders
te scheiden en afzonderlijk te verkoopen. Daar echter de
oorlog met Engeland, die in 1780 uitbrak, de scheepvaart
en dus ook den aanvoer van slaven, waarin men een der
hoofdbronnen van welvaart zag, zeer belemmerde, ging men
er toe over eene belasting te leggen op het vrijlaten van
slaven.
18. Onder het bestuur van gouverneur De Friderici (1790
—1799), die zich vroeger als aanvoerder der koloniale guides
verdienstelijk had gemaakt, werd het octrooi der W. I.
Compagnie door de Staten-Generaal niet weder verlengd.
Zij werd daarop ontbonden, een Raad van Koloniën voor de
W. I. ingesteld, en den Nederlanders vrije vaart en handel
op al de W. I. bezittingen toegestaan (1791). Suriname
telde toen 591 plantages en eene bevolking van ruim 58.000
zielen. Zes jaren later werden in het Nickerie-district voor
't eerst plantages aangelegd, en daar de eigenaars er zich
ook vestigden, kwam dit deel der kolonie spoedig tot welvaart.
v. de engelschex in suriname en op curaqao.
19. De stadhouder Willem V had in 1795, toen hij Ne-
derland verliet, de koloniën onder de hoede der Engelschen
gesteld. Dezen waren spoedig met oorlogsschepen bij de hand,
om de vaste punten te bezetten, doch aanvankelijk werden
zij door de kolonisten overal afgewezen. In 1799 echter
onderwierp Suriname zich op voorwaarde, dat de veiligheid
der kolonie en de eigendommen der ingezetenen verzekerd
zouden zijn. Cura^ao werd in 1800 en een jaar later St.
Eustatius door de Engelschen vermeesterd.
De vrede van Amiens (1802) schonk de bezittingen in
Amerika aan de Bataafsche Republiek terug; maar weldra
was de oorlog hervat, en in 1804 bevond zich Suriname,