Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
gulden bijeenbracht, om aan personen, die plantages in
Suriname bezaten of ze er wilden aanleggen, voorschotten
te doen. Ongelukkig werden de opgenomen gelden meer
gebruikt om zich een weelderig leven te bezorgen en prach-
tige huizen te bouwen, dan om de plantages te verbeteren.
Een dertigtal jaren duurde dit voort; maar toen sedert 1799
door den oorlog de prijzen der producten daalden, konden
vele planters zich niet staande houden, en kwam een groot
aantal plantages in 't bezit van de geldschieters, die in
Nederland woonden. Sedert zooveel eigenaren niet meer in
de kolonie zelve aanwezig waren, en aan administrateurs het
beheer der plantages overlieten, gingen deze sterk achteruit.
16. Intusschen had de kolonie weder veel te lijden van
het plunderen en moorden der Boschnegers. Dat wrok over
de onmenschelijke behandelmg, die zij vroeger van de plan-
ters te verduren hadden gehad, er hen toe aandreef, blijkt
daaruit, dat hun aanvoerder. Baron, den blankofficier eener
plantage, waar gemoord en geplunderd werd, vrij liet met
de woorden: »Breng uwe huid in veiligheid, want gij zijt
nog te kort in de kolonie om slaven te kunnen mishan-
delen." Dezen Baron was door zijn meester, dien hij op eene
reis door Europa vergezelde, de vrijheid beloofd. In de
kolonie teruggekeerd verkocht zijn meester hem evenwel
aan een Jood. Voor dezen weigerde Baron te arbeiden, en
toen hij daarom vreeselijk was gegeeseld, ontvluchtte hij.
Daar er geene genoegzame krijgsmacht aanwezig was om
de onlusten te keer te gaan, werden 300 van de vertrouwd-
ste slaven op verschillende plantages door het Bestuur vrij-
gekocht, en tot een korps koloniale guides (zwarte jagers)
gevormd, die de Marons met den meesten moed bestreden.
Eerst toen de gouverneur Nepveu (1768—1779) in overleg
met de kolonisten een kordon van gewapende posten, te-
vens ter verhindering van het wegloopen der slaven, langs
de bosschen had getrokken, moesten de Boschnegers van
hunne tochten afzien.