Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
Staten het uitsluitend recht, negerslaven in Suriname aan
te voeren en daar te verkoopen.
Wegens den slechten toestand der geldmiddelen, veroor-
zaakt door de toenemende kosten van beheer en verdedi-
gingsmiddelen, verkocht de Compagnie het eigendomsrecht
der kolonie voor een derde aan Amsterdam en voor een
derde aan Cornells Van Aerssen van Sommelsdijck. De hier-
door gevormde nieuwe maatschappij bleef onder het opper-
gezag der Staten-Generaal, die zich verbonden tot de ver-
dediging der kolonie bij te dragen, en nam den titel aan
van geoctrooieerde Societeit van Suriname. Aanvankelijk
had zij het recht pet. te heffen van alle goederen,
iederen keer als zij verkocht werden; later beperkten de
Staten-Generaal dit recht tot de goederen, die naar Neder-
land werden gezonden.
6. Sommelsdijck (1683—1688) zelf trad nu op als gou-
verneur en zag ten gevolge van de verdrukking, die de Pro-
testanten van Lodewijk XIV te verduren hadden, het aantal
kolonisten met eenige honderden Fransche emigranten ver-
meerderen, die zich als metselaars, smeden, timmerlieden,
kooplieden en planters in Suriname kwamen vestigen. Hij
ging met wreede kracht de Indianen te keer, die niet op-
hielden de kolonie te verontrusten. Vijf hunner dorpen
legde hij in de asch, en den planters beval hij, iederen
Indiaan, dien zij ontmoetten, neer te schieten. Eindelijk
werd er een vrede gesloten, waarbij de drie hoofdstammen
der Indianen, de Caraïben, de Waroes en de Arowakken
tot vrije lieden werden verklaard. Sedert zijn zij, hunne
oude levenswijze volgende, onafhankelijk in en om de ko-
lonie blijven wonen. Omstreeks denzelfden tijd kreeg men
vrede met de wegloopers aan de Coppeuame, die aan de
vroegste kolonisten als slaven hadden toebehoord, en den
naam droegen van Condie-negers. Nadat de kolonie aldus
tot rust gebracht was, werden zwampen en biri-biri moe-