Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
zakelijk met het ontginnen der goudmijnen bezig en leven
in vereenigingen, Kongsies genoemd, waarvan er vijf, ieder
uit verscheidene dorpen bestaande, op Nederlandsch gebied
liggen. De plaatsen, waar de Kongsie-besturen vergaderen,
zijn meestal versterkt en heeten Kongsie-huizen.
In 1850 namen de Chineezen. van Montrado, die tot de
Kongsie Taikong behoorden, zulk eene houding tegen het
gouvernement aan, dat er eene krijgsmacht van GOO man
tegen hen werd afgezonden. Eene hunner sterkten werd
genomen en daarna door onderhandelingen de rust hersteld.
Drie jaren later werd de Kongsie Sam-ti-Kioe door de Kong-
sie Taikong naar Serawak verdreven. De Nederlandsche re-
geering , die met de verjaagde Kongsie bevriend was, eischte
van de Kongsie Taikong, dat deze de vijandelijkheden zou
staken, en toen dit geweigerd werd, trok eene krijgsmacht
van 1700 man tegen haar op. De Chineezen leden her-
haalde malen de nederlaag en Montrado moest zich onder-
werpen. Toch duurde de strijd nog voort, totdat kapitein
Verspijck de hoofden van een geheim genootschap (het drie-
vingerverbond), dat steeds tot opstand aanzette, overviel
en gevangen nam (18.55).
64. Tegelijkertijd had er, insgelijks gedurende het gou-
verneur-generaalschap van Duymaer Van Twist (1851—1856),
een geduchte opstand plaats in het aan Benkoelen en Palem-
bang grenzende gedeelte der Padangsche Bovenlanden. De
civiele en militaire gezaghebber van Palembang, De Brauw,
trok er heen en bracht inet eene geringe krijgsmacht den op-
standelingen herhaalde malen de nederlaag toe. Hij wist aan
de inboorlingen zulk een ontzag voor de Nederlandsche macht
in te boezemen , dat zij hun aanvoerder, een inlandsch hoofd ,
Tiang Alam, die zich den titel van Radja had toegeëigend,
in den steek lieten, zoodat deze in 1856 genoodzaakt was
zich op genade aan de Nederlanders over te geven.
65. In het Oostelijk gedeelte van den O. I. Archipel zag
de Regeering zich genoodzaakt haar gezag op Celebes te