Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
Terzelfder tijd werden de sultans van Djambi en Indra-
giri gedwongen het Nederlandsch oppergezag te erkennen,
en Djambi spoedig daarna bij de residentie Palembang in-
gelijfd.
Een aanval der Atjehneezen op den Nederlandschen post
Baros had ten gevolge, dat Michiels tegen Atjeh optrok en
Sinkel aan dat rijk ontrukte (1840).
61. p]en Engelsch gelukzoeker, James Brooke, die met
eigen vaartuig naar Oost-Indië was gestevend, had zich
zoozeer in de gunst van den sultan van Broenai weten te
dringen, dat deze hem wegens bewezen diensten tot radja
van Sernwak benoemde (184.3). Toen de Nederlandsche re-
geering hiertegen bezwaren inbracht bij het Engelsche gou-
vernement, kwam dit met tegenbezwaren voor den dag
wegens de uitbreiding van ons gezag op Sumatra. De on-
derhandelingen , die over deze zaken gevoerd werden, had-
den ten gevolge, dat wij de streken, die wij op de Oost-
kust van Sumatra ten N. van Djambi bezet hadden, ver-
lieten; James Brooke, ofschoon niet door de Engelsche
regeering erkend, bleef te Serawak en wist in 1845 den
sultan te bewegen het voor de vaart op China gewichtige
eilandje J^aboan aan Engeland af te staan.
6'2. In 1841 hadden de Balineezen, met wie wij tot nu
toe alleen handelsbetrekkingen hadden aangeknoopt, het
strandrecht op een Nederlandsch koopvaardijschip toegepast.
Deze daad had onderhandelingen ten gevolge, waarvan het
einde was, dat Bali en het daarvan afhankelijke Lombok
tot Nederlandsche bezittingen werden verklaard, en de vor-
sten dier eilanden zich verbonden het strandrecht, den sla-
venhandel en den zeeroof tegen te gaan en den handel te be-
schermen. Toen evenwel in 1844 nogmaals het strandrecht
op een Nederlandsch vaartuig werd toegepast, en de vorsten
weigerden vergoeding te geven, besloot de gouv. gen. Ro-
chussen geweld van wapenen te gebruiken. Eene vloot van
23 oorlogsschepen en een leger van 1700 man, waaronder