Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
neerkwam, dat de bevolking van die deelen van Java, welke
geschikt zijn voor het verbouwen van op de Europeesche
markt gewilde producten, deze voor het gouvernement moest
aankweeken. Voor dien arbeid ontvingen de inlanders eene
geldelijke vergoeding. De gelden werden echter niet voor
alle producten uitbetaald aan de arbeiders, maar vaak aan
de dessa-hoofden, die ze moesten verdeelen onder de huis-
gezinnen, die op hun bevel aan het werk hadden deelge-
nomen. Om de inlanders tot het werk te doen aanzetten
ontvingen de regenten en de Nederlandsche hoofdambtenaren
cultuurpercenten.
Dit stelsel werd niet ingevoerd in de Preanger-Regent-
schappen, waar de regenten op eigen risico de landrente in-
den, totdat in 1871 de toestanden er op gelijken voet zijn
gebracht met die van de andere deelen van Java, en ook
niet in de vorstenlanden, waar, sedert Du Bus het verbod
van Van der Capellen had ingetrokken, de grooten met ver-
gunning van bet gouvernement weder landen in huur geven
aan Europeanen.
De voornaamste producten, die de inlanders gedwongen
werden aan te kweeken, waren koffie, suiker, tabak, indigo,
cochenille, peper, kaneel en thee. De cultuur dezer arti-
kelen leverde, met uitzondering van die der beide eerste,
over 't geheel weinig voordeel op, zoodat het gouvernement
ze geheel in particuliere handen heeft doen overgaan.
Gedurende twintig jaren werd het cultuurstelsel voortdu-
rend uitgebreid om het verbroken evenwicht van 's lands
financiën te herstellen. De Regeering bepaalde, zonder het
Indisch bestuur te hooren, hoeveel millioenen de kolonie
moest opbrengen, en zoo kon het gebeuren, gelijk in 1839,
dat 53 millioenen in de schatkist vloeiden. Maar daardoor
werd den Javanen ook een ondragelijk juk opgelegd. In
plaats van zes en zestig dagen, zooals de bedoeling van
Van den Bosch was geweest, moesten zij er soms tweehon-
derd veertig voor het gouvernement werken, tegen onvol-