Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
tusschen ons en Engeland waren blijven bestaan, werden
opgeheven door het tractaat van d824. Wij lieten aan de
Engelschen Cochin en de verdere punten op de kust van
Malabar, benevens Malakka en Singapore, waarvoor wij
Banka, Benkoelen en Biliton kregen. Op elkanders bezit-
tingen werd vrije handel toegestaan met uitzondering van
de Molukken, waar Nederland het monopolie handhaafde.
Door dit tractaat kregen de Nederlanders de handen vrij op
Sumatra, doch in iedere overeenkomst, die zij er sedert
met inlandsche vorsten sloten, zagen de kooplieden van Sin-
gapore gevaar voor hun handel.
53. Door de ijverige bemoeiingen van den -commissaris
Tobias werd de Westkust van Borneo, ondanks den tegen-
stand der Chineezen, die er zich in grooten getale gevestigd
hadden, evenals de Zuidkust voor goed onder het Neder-
landsch gezag gebracht. Op Celebes werd de rust, die er
verstoord was, hersteld door generaal Van Geen, die Boni
tuchtigde en kleinere vorsten geheel onderwierp.
54. Gedurende het laatste jaar van Van der Gapellen's be-
stuur bracht een der voogden van den minderjarigen sultan van
Djokjokarta, Dipo Negoro, die als lid der vorstelijke familie
en ten gevolge van nauwgezette waarneming der godsdienst-
voorschriften grooten invloed onder de Javanen wist te ver-
werven, de vorstenlanden tot opstand.
Generaal De Koek (1826), die ruim eene maand als lui-
tenant gouv. gen. het bestuur der kolonie in handen had,
slaagde er na een hardnekkigen strijd van vijf jaren in, den
opstand te dempen. Door het opwerpen van versterkingen
vernauwde hij meer en meer het terrein van den opstand
(bentingstelsel), en kreeg hij eindelijk Dipo Negero in han-
den (1830) , die naar Makassar werd verbannen, waar hij in
1855 overleed. Dewijl die gedeelten der vorstenlanden,
welke ver van de hoofdplaatsen verwijderd waren, slecht
werden bestuurd, en aldaar dus meer neiging tot opstand
bestond dan in de gouvernementslanden, besloot men niet