Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
steeds bij den dood van een regent een lid van diens familie
tot zijn opvolger wordt gekozen, indien dit aan de vereisch-
ten voldoet. De i'esident of de assistent-resident is voorzitter
van den landraad, eene rechtbank voor burgerlijke zaken,
uit aanzienlijke inlanders samengesteld. Alvorens het vonnis
te vellen, vraagt de voorzitter aan den Mohammedaanschen
priester, die lid van den landraad is, wat de adai (gewoonte-
recht) en de Koran voor dit geval bepalen. Vooraf echter
heeft de priester het gevoelen van den resident of assistent-
resident leeren kennen. Sedert 1869 echter is men begon-
nen een einde te maken aan de vereeniging van de admini-
stratieve en de rechterlijke macht in één persoon door rechts-
geleerden tot voorzitters der landraden te benoemen. Voor
meer ernstige zaken, zooals bloedstorting, komen de inlan-
ders'voor de rechtbanken van omgang, die insgelijks Euro-
peesche rechtsgeleerden tot voorzitters hebben. De vorsten
van Soerakarta en Djokjokarta bewonen een kraton, waarin
zij eene hofhouding van eenige duizenden mannen en vrou-
wen hebben. In regeeringszaken zijn zij afhankelijk van
den resident, die gesteund wordt door eene afdeeling Euro-
peesche soldaten, in naam ter bescherming van den vorst
in eene sterkte nabij den kraton gelegerd.
51. Ondertusschen zocht de sultan van Palembang zich
aan ons gezag geheel te onttrekken. Nadat eene expeditie
tegen hem was mislukt, slaagde generaal De Koek twee
jaar later (1821) erin hem geheel te onderwerpen. Tege-
lijkertijd werd er op de Westkust van Sumatra gestreden.
In het begin dezer eeuw was door drie/iadjt's, in navolging
der W^achabieten, eene secte heethoofdige geloofsijveraars,
die der Padri's, gesticht, welke het rijk Menangkabaoe ten
val bracht. De Nederlanders, die tegen hen te hulp werden
geroepen, slaagden erin, na een hardnekkigen oorlog, de
Padri's terug te drijven en de Padangsche Bovenlanden aan
zich te onderwerpen (1825).
52. De geschilpunten over handel en grondbezit, die
3*