Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
pen, in 't laatst der vorige eeuw opgericht, maar spoedig
in kwijnenden toestand geraakt, ontving weder nieuw leven
door Raffles, die als voorzitter optrad en door zijne ge-
schriften veel heeft bijgedragen om de kennis van den O. I.
Archipel, inzonderheid van Java, uit te breiden.
48. Ondertusschen had Nederland zijne onafhankelijkheid
en daarmede, vooral door toedoen van den Engelschen mi-
nister Casflereagh, die in 't Noorden van Europa een
krachtig bolwerk tegen Frankrijk wilde opwerpen, zijne
koloniën, behalve de Kaap en Ceylon, herkregen. Aan Raf-
fles werd echter het verdriet bespaard, de bezittingen, voor
wier ontwikkeling hij zooveel gedaan had, in persoon aan
de door hem zoo gehate Nederlanders over te geven. Toch
ging hij voort hun allerlei hinderpalen in den weg te leg-
gen , o. a. wist hij op listige wijze te bewerken, dat de En-
gelschen het eiland Singapore in bezit namen en verlof
kregen een kantoor te Atjeh te vestigen.
In 1817 werden de betrekkingen met Japan hersteld, waar
Hendrik Doeff, hoofd van het kantoor op Decima, zich se-
dert 1803 had weten staande te houden, door de Engelschen
te bedreigen, hunne nationaliteit aan de Japanneezen te ver-
raden, indien zij hem niet ongemoeid lieten. In de dagen,
dat Nederland door de inlijving bij Frankrijk zijne nationali-
teit verloren had, liet hij de Nederlandsche vlag op zijn
kantoor wapperen.
49. Na de teruggave der O. I. koloniën, trad Van der
Capellen (1816—1825) als gouv. gen. op. Hij volgde twee
stelsels: waar het monopolie nog bestond, hield hij het in
wezen, en evenzoo liet hij de vrije cultures bestaan, waar
ze door Daendels en Raffles waren ingevoerd. De koffiecul-
tuur werd in de Preanger-Regentschappen voor rekening
van het gouvernement behouden, zoodat van hier de grootste
hoeveelheid werd verkregen. In Tegal en Pekalongan wer-
den de koffietuinen tegen een deel van den oogst aan de
inlanders overgelaten, doch in Samarang en Japara aan de
KOLLEWIJN NZ., Oost-Indïé. 2e druk. 3