Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
sommigen het beginsel van vrijen handel voor, en wilden
anderen de contingenten en het monopolie handhaven. Het
laatste gevoelen zegevierde bij de Regeering. Daar deze
echter voortdurend veranderde, konden in Indië geene af-
doende maatregelen genomen worden, totdat koning Lode-
wijk Daendels (1808—1811) tot gouv. gen. benoemde. Deze,
op den voorgrond stellende, dat de koloniën het meest
mogelijke voordeel aan het moederland moesten opleveren,
ging wel de ergste misbruiken te keer, doch volgde in be-
ginsel het oude stelsel: den Javaan op zijn eigen grond ten
voordeele van vreemden te laten werken. Daarentegen sloeg
hij in strijd met hetgeen de Compagnie vroeger had gedaan,
een hoogen toon aan tegenover de inlandsche vorsten. Zon-
der zich te storen aan gewoonten of overeenkomsten onder-
wierp hij Bantam en Cheribon, en maakte hij den sultan
van Djokjokarta en den soesoehoenan van Soerakarta afhan-
kelijk van het Indisch bestuur. Niet zoo gelukkig slaagde
Daendels op de buitenbezittingen, die, ondanks zijn streven,
ze in verdedigbaren toestand te brengen, meest alle door
de Engelschen genomen werden.
Daendels, geheel doordrongen van den geest des tijds,
bracht orde en regelmaat in 't bestuur, leger en verdedi-
gingswerken op een goeden voet, en schonk gelijke rechten
aan de verschillende kerkgenootschappen. Hij zorgde voor
de koffieteelt en de djatti-bosschen, liet in den tijd van ruim
een jaar, door gedwongen arbeid, den grooten postweg
over Java aanleggen, en herschiep Batavia, dat wegens zijne
ongezondheid als het graf der Hollanders bekend stond,
door het dempen van grachten, het herstellen der water-
leidingen, het afbreken der muren en poorten en het ver-
plaatsen van vele inwoners naar de buitenwijken, in eene
bewoonbare stad. Ondanks zijn autocratisch bestuur zag
hij zoozeer het nut der openbaarheid in, dat hij medewerkte
aan de oprichting der »Coloniale Courant" (1810). Daar
hij minder gelukkig was in het financieel beheer en zich