Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
gaan drong Van Hoorn erop aan, dat aan de inlandsche
koopliepen meer vrijheid gelaten, en uit Nederland een
aantal kolonisten gezonden zou worden. De Kamer van
Zeventienen was alleen tot het eerste te bewegen.
38. Daar het ondertusschen gebleken was, dat sommige
deelen van Java zeer geschikt waren voor de koffieteelt,
droeg de gouv. gen. Abraham Van Riebeek (1709—1713),
de zoon van den stichter der Kaapkolonie, aan de bevolking
in de Bovenlanden (thans Preanger-Regentschappen) op,
jaarlijks tegen vaste prijzen koffie te leveren. Waarschijnlijk
kwam in 1712 de eerste Java-koffie te Amsterdam aan de
markt. Van Riebeek moest het gezag der Compagnie op
de Westkust van Sumatra met de wapenen handhaven,
doch verkreeg voor haar in de havens van Siak verlof tot
vrijen handel en het monopolie in opium.
39. Allengs was sedert het verlies van Formosa de handel
in Chineesche waren, voornamelijk thee, te Batavia zeer
toegenomen, want ofschoon het niet gelukt was in China
havens open te krijgen voor de Compagnie, was men er
toch in geslaagd Chineesche jonken naar Batavia te lokken.
Dewijl echter de Compagnie den alleenhandel in thee niet
bezat, daalden in Europa bij ruimen aanvoer de prijzen.
De gouv. gen. Van Swol (1713—1718) besloot daarom in
overleg met den Raad van Indië den prijs, waarvoor de thee
van de Chineezen werd ingekocht, met een derde te verlagen.
De Chineezen, die te Batavia waren, moesten zich aan dat
besluit wel onderwerpen, doch kwamen nu ook, tot groote
schade voor de Compagnie, vooreerst niet terug. De gouv.
gen. Zwaardekroon (1718—1725) slaagde erin de Chineesche
jonken voor den handel terug te doen komen.
vi. toeneming der misbruiken onder de ambtenaren en der
verdrukking van de inlanders. finanoieele achteruitgang.
40. Ondanks de maatregelen der Bewindhebbers gingen