Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
schuiven en het houden van hongitochten gedurende den
oogsttijd het werken in de nageltuinen tegen te gaan.
3G. Nog steeds was de koffie in Nederland aangevoerd
uit Mocha. De kwellingen echter, die de ambtenaren der
Compagnie aldaar te verduren hadden, wekten het denkbeeld
op, dat steeds meer gewilde handelsartikel zelf aan te plan-
ten. Men begon er op .lava mede in 1G96, doch aanvan-
kelijk slechts in particuliere tuinen. De teelt van suiker-
riet nam meer en meer toe, doch was langzamerhand ge-
heel in handen der Chineezen geraakt, daar de inboorlingen
de kunst niet verstonden er suiker uit te bereiden. De
energie vroeger alom aan den dag gelegd was langzamer-
hand uitgedoofd. Meer en meer openbaarde zich slapheid
in bestuur en rechtspleging, zoodat willekeurige handelingen
van ambtenaren en verboden handel ongestraft bleven. Dit
en de toenemende uitgaven in Indië ontgingen de aandacht
der Bewindhebbers niet, doch hunne maatregelen om ver-
betering aan te brengen werkten weinig uit.
37. Intusschen was het crediet der Compagnie bij den
overvloed van geld in Nederland nog zoo groot, dat zij,
ofschoon hare schuld in 1696 reeds bijna het dubbel der
inleggelden bedroeg, steeds tegen geringe rente geld kon
opnemen. De Bewindhebbers maakten hiervan niet zelden
misbruik, om van geleende gelden ruime uitdeelingen aan
de aandeelhouders te doen.
Ofschoon de handel zooveel voorspoed genoot, dat er meer
schepen dan vroeger, toen er 20 ä 30 voeren, voor retour-
ladingen uit Nederland moesten gezonden worden, klaagde
de gouv. gen. Van Hoorn (1704—1709) toch over den achter-
uitgang van den handel tusschen de Indische gewesten on-
derling. Terwijl de Compagnie al hare krachten besteedde
aan het handhaven van het monopolie, slaagden Engelschen
en anderen erin zelfs te Batavia een niet onbelangrijken
handel met vrijburgers en ambtenaren te drijven vooral in
opium uit Bengalen. Om dezen smokkelhandel te keer te