Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
voegen, die Imn tot raadsman diende en tevens hunne gan-
gen moest nagaan. Gelijktijdig ontwikkelde zich het con-
tingentenstelsel , hierin bestaande, dat de inlandsche hoofden
schatting en voortbrengselen moesten opbrengen en boven-
dien somtijds verplicht waren, voorgeschreven producten aan
te kweeken en tegen vastgestelde prijzen te leveren. Den
Javanen werden hierdoor voortdurend drukkender lasten op-
gelegd. Door de heerendiensten werden zij bij duizenden
buiten de mogelijkheid gesteld voldoende in het onderhoud
hunner gezinnen te voorzien.
35. Ook in Bantam brak er een burgeroorlog uit, de-
wijl de vader van den sultan ten behoeve van zijn zoon af-
stand van den troon had gedaan, en daarna nog invloed
op de regeering wilde uitoefenen. De Engelschen stonden
den vader bij, terwijl de sultan ondersteund werd door den
gouv. gen. Speelman (1681—1684), die zijn beschermeling
wist te doen zegevieren. Dientengevolge werden de En-
gelschen uit Bantam verdreven en verkreeg de Compagnie
er invloed en voorrechten, zooals het monopolie in peper en
katoenen kleedjes. Veel minder geestkracht legde Speelman
op de Westkust van Sumatra aan den dag, waar het den
Engelschen gelukte zich voor goed in Benkoelen te vesti-
gen, ofschoon dit gewest sedert 1667 tot de Nederlandsche
bezittingen werd gerekend.
In vergelijking met dat zijner voorgangers had Johannes
Camphuis (1684—1691), die de uitgave van werken over
Indië bevorderde en zelf eene geschiedenis van Batavia
schreef, een vreedzaam bestuur. Evenzoo slaagde Van Out-
hoorn (1691—1704) erin, bijna overal de rust te bewaren.
Na de groote nageluitroeiing op de Molukken was langza-
merhand de vrees ontwaakt voor eene te groote inkrimping
der productie, en had men op sommige eilanden weder boo-
men aangeplant. Daar hierdoor de opbrengst van nagelen
weder te groot werd, ging men er op nieuw boomen uit-
roeien, en zocht men door het aanmoedigen van amfioen-