Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
bijstond, waarvoor zij verlenging van haar octrooi tot 1700
verkreeg. Bovendien leende zij aan de staten van Holland
en Zeeland eene som van twee millioen gulden. Deze bui-
tengewone uitgaven deden hare schulden zeer toenemen, en
werkten daardoor mede tot haar verval.
33. Gedurende het laatste gedeelte van Maetsuykers be-
stuur werd het rijk van Mataram hevig geschokt door twis-
ten over de troonsopvolging, waarvan gevluchte Makassaren,
door Madoereezen bijgestaan, gebruik maakten om herhaalde
strooptochten te doen. De Compagnie stond in dezen eersten
Javaanschen successie-oorlog den Soesoehoenan bij en ver-
kreeg daarvoor het uitsluitend recht katoenen kleedjes, die
men uit Koromandel haalde, en opium in zijn gebied in te
voeren. Nog twee keeren leed Mataram van burgeroorlog
om het bezit van den troon , waardoor het rijk meer en meer
verzwakte. De tweede Javaansche successie-oorlog eindigde
in 1723, maar liet de kiemen na voor den derden, die
twaalf jaren duurde en bij den vrede in 1757 ten gevolge
had, dat het rijk in twee deelen werd gesplitst, Soerakarta
en Djokjokarta. Telkens nam de Compagnie met de wape-
nen deel aan die burgeroorlogen, en wist zij daardoor han-
delsvoordeelen en vergrooting van grondgebied te verkrijgen.
34. Sedert de gouv. gen. Rplof Van Goens (1678—1681)
door den bijstand aan den Soesoehoenan verleend een einde
had gemaakt aan den eersten Javaanschen successie-oorlog,
en daardoor het Nederlandsch gebied met menige land-
streek, o. a. Samarang, ten koste van Mataram had ver-
groot, begon de Compagnie meer als souverein dan als
handelslichaam op te treden. In plaats van zooals vroeger
al hunne krachten aan den handel te kunnen wijden, moesten
de ambtenaren zich meer en meer gaan bezighouden met
zaken van bestuur. Langzamerhand werd het regel de vor-
sten der onderworpen landen onder het oppertoezicht der
Compagnie tot erfelijke regenten aan te stellen, en hun een
Nederlandsch ambtenaar met den titel van resident toe te