Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
gouverneur Coyet door Chineezen, die zich niet aan de
Mandschoes wilden onderwerpen en van zeeroof waren gaan
leven, onderworpen. Op de Westkust van Sumatra, die
tot Indrapoera onder het gezag van den Sultan van Atjeh
stond, wist de Compagnie door krijgsgeweld eenige vaste
punten, o. a. Padang, en door contracten de levering van
producten te verkrijgen. De pogingen om zich op Borneo
te vestigen hadden geen gunstigen uitslag, zoodat de Com-
pagnie sedert 1669 gedurende de zeventiende eeuw geene
nieuwe waagde. Beter slaagde zij op Celebes. Nadat er
onder het beleidvol opperbevel van Cornelis Speelman veel
en bloedig gestreden was, sloot zij met den vorst van Ma-
kassar een vrede, waarbij zij den alleenhandel, de levering
van 1000 slaven en f 100,000 voor oorlogskosten verkreeg.
Sedert geraakte het rijk van Makassar in verval.
Maetsuyker, die evenals Coen een voorstander der koloni-
satie was, verschilde hierin van dezen, dat hij geene huis-
gezinnen uit Nederland wenschte te doen overkomen, maar
verlangde, dat dienaren der Compagnie zouden aangemoedigd
worden zich in Indië te vestigen, opdat uit hen langzamer-
hand eene klasse van Nederlandsche handwerkslieden, land-
bouwers, winkeliers en kooplieden zou ontstaan, die van groot
nut konden zijn om de kolonie tegen anderen te beschermen.
v. de compagnie wint voortdurend in aanzien en begint
meer als souverein dan als handelslichaam
op te treden.
32. Toen in 1672 de oorlog met Frankrijk, Engeland
enz. was uitgebroken, zond Lodewijk XIV eene vloot uit
om ons van Ceylon te verjagen; doch de gouverneur van
dat eiland, Rijklof Van Goens, viel de Franschen aan en
dreef hen met groot verlies terug.
De Compagnie was nu tot zooveel macht en aanzien ge-
komen, dat zij de Staten-Generaal met 20 oorlogsschepen