Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
moesten alle brieven aan Je Kamer van Zeventienen wor-
den gezonden, die het recht had ze te openen en te lezen.
Deze voorschriften werden vaak niet nagekomen, en niet
zelden werd in de nabijheid der vaderlandsche kust de ver-
boden lading in kleine vaartuigen (kadraaiers) geborgen,
zoodat de Bewindhebbers bij hunne inspectie van het schip
op de reede alles in orde bevonden.
30. Groote onlusten braken er in de Molukken uit we-
gens het besluit der Compagnie, niet meer kruidnagelen te
koopen, dan zij voor den gewonen hoogen prijs kon ver-
koopen en de overtollige nagelboomen uit te roeien. De
inlandsche hoofden, over deze schending der contracten
verontwaardigd, liepen verscheidene Nederlandsche posten
af, waarover bloedige wraak werd genomen. Verscheidene
jaren werd er gestreden, en daardoor kreeg de Compagnie
gelegenheid haar doel te bereiken, en de nagelteelt overal,
behalve op Amboina en de Oeliassers, uit te roeien en voor
't vervolg te verbieden.
31. In 1651 werd op voorstel van Van Riebeek de Kaap
de Goede Hoop bezet om tot ververschingsplaats voor de
schepen te dienen. Deze vestiging, de eenige eigenlijke
volkplanting, die door de Compagnie werd gesticht, nam
spoedig in belangrijkheid toe. Handel en landbouw kwamen
er meer en meer tot ontwikkeling, en de gouverneur van
de Kaap, Simon Van der Stel (1679—1699), gaf aan de ko-
lonie eene belangrijke uitbreiding door de districten Stel-
lenbosch en Drakestein in cultuur te brengen.
De Compagnie, niet tevreden met den alleenhandel in
kaneel op Ceylon, ontrukte onder het langdurig en krachtig
bestuur van den Roomsch-Katholieken Maetsuyker (1653—
1678), die niettegenstaande de verregaande kerkelijke onver-
draagzaamheid dier dagen wegens zijne groote verdiensten tot
gouv. gen. was benoemd, aan de Portugeezen de meeste
hunner bezittingen op de kust van Malabar. Formosa daar-
entegen werd ondanks de dappere verdediging van den