Boekgegevens
Titel: Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5389
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201007
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte geschiedenis der Nederlandsche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
dekten Abel Tasman en Visscher Nieuw-Zeeland en Van
Dieraensland (Tasmania), terwijl zij aan het vasteland van
het vijfde werelddeel den naam Nieuw-Holland gaven.
28. Daar de ambtenaren te lage traktementen hadden om
overeenkomstig hun rang te kunnen leven, wisten zij zich
allengs en zeer ten nadeele der Compagnie allerlei emolu-
menten, zooals schrijfloonen, percenten bij den inkoop van
waren enz. te verzekeren. Hierdoor nam niet slechts de
weelde onder hen toe, maar slaagde menigeen erin eene
goede som over te leggen. Om geen geld renteloos te laten
liggen, dreven zij verboden handel, en zoo werden zij de
concurrenten der vrijburgers, die daarover voortdurend klaag-
den. De gouv. gen. Van der Lijn (1645—1650) kreeg her-
haaldelijk aanschrijving van de Kamer van Zeventienen om
den handel der ambtenaren tegen te gaan. Het baatte echter
weinig. De gewezen ambtenaren, die met een aardig kapi-
taal in Nederland terugkwamen, wekten bij velen den lust
op insgelijks rijk te worden door bij de Compagnie in dienst
te treden. Het plichtgevoel leed onder het jagen naar geld
en daardoor verminderde het aantal degelijke ambtenaren.
29. Zeer duidelijk werden de drie beginselen der Com-
pagnie uitgedrukt in de instructie, die de gouv. gen. Rei-
niersz (1650—1653) ontving: uitsluiting van mededingers,
goedkoop inkoopen en duur verkoopen. Ook werd hem op-
gedragen de overproductie van foelie en muskaatnoten op
de Banda-eilanden tegen te gaan, o, a. door op sommige
eilanden de specerijboomen uit te roeien, en, daar de retour-
vloten niet meer altijd winst aanbrachten, moest hij op
sommige plaatsen den vrijen handel bevorderen, ten einde
uit de belastingen niet alleen de Indische uitgaven te bestrij-
den , maar bovendien een overschot naar Nederland te stu-
ren. Aan het welzijn der inboorlingen werd in 't geheel
niet gedacht.
Eindelijk werd ook het bestuur in Indië beter geregeld.
De gouv. gen. werd bijgestaan door den Raad van Indië
2*